[p. 1182]

Noord-Tirol

 
Achter in dalen straalt het ijs verborgen.
 
Hier dringen leem en gras de rotsen weg.
 
Modd'rig vee laat reizigers door naar zorgen-
 
de hutten met knevels van Franz Joseph.
 
 
 
Als hooggebouwde dijken soms, geen wouden:
 
Een licht en dubbelzinnig heuv'lig landschap
 
Dat men langs plassen op een kronk'lend zandpad
 
Doorloopt met links een glimp der eeuw'ge koude:
 
 
 
Daar leidt de zeer eerwaarde Gross-Venediger,
 
Een spits prelaat, een sieraad van zijn orde,
 
De laag're broeders, die als witte vredige
 
Dominicanen zich de heup omgorden.
 
 
 
Maar hier is 't als een pasvergeten dreun.
 
Draait daar een molen? Wilgen? Boerderijen?
 
Vlucht Holland! En wij richten onzen Föhn
 
Op 't kerngebied, ten doortocht naar olijven!

S. Vestdijk