Menno ter Braak
aan
H. Marsman (Utrecht)

Eibergen, 27 december 1934

Eibergen, 27 Dec. '34

B.H.

Blij weer een levensteeken van je te ontvangen! Ant zit in Zutfen tot 1 Jan., ik in Eibergen. Ik kan ook vrijwel iedere dag van de week naar Utrecht komen, als er niets bijzonders te doen is. Heb je voorkeur voor bepaalde dagen? Ik kan b.v. 's middags komen en 's avonds weer vertrekken.

Wat je ook tegen me schrijft, het zal niet in staat zijn iets te veranderen aan mijn gevoelens. Boven het artikel in Het Vad. had eigenlijk moeten staan: ‘Engelmans poëzie als roes’. Nu lijkt het te algemeen; b.v. op Eddy slaat het nauwelijks. Maar waarom zou ik de poëzie met rust laten? Dat vakjes-systeem (A. schrijft over dit, B. over dat) is toch ondeugdelijk. Dan beter zoo nu en dan eens een al te hevige oprisping, die vanzelf weer gecorrigeerd wordt. Je mededichter Bloem is overigens van meening, dat ik in de practijk wel goed over poëzie schrijf. (zie laatste G.W.) Maar voor mij bestaat de quaestie zoo niet. Iemand schrijft òf goed òf slecht, maar niet slecht of goed over dit of dat. Dat is eenvoudig physiek onmogelijk, tenzij het schrijven beperkt blijft tot specialistencritiek.

Ik kan dus geregeld overkomen. Schrijf na 1 Jan. nog even naar Pomonapl. 22.

Hart. gr. ook voor Rien

je Menno

 

Origineel: Den Haag, Koninklijke Bibliotheek

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie