Briefwisseling Menno ter Braak - C.J.E. Dinaux

C.J.E. Dinaux
aan
Menno ter Braak (Amsterdam)

Enschede, 16 januari 1928

Enschede, 26 januari 1928.

Geachte Heer Ter Braak,

De arbeid en het streven der ‘Filmliga’ heeft zoozeer mijn belangstelling gaande gemaakt, dat ik gaarne moeite zou aanwenden, in Enschede te komen tot het oprichten van een Afdeeling. Reeds besprak ik mijn plannen met den Secretaris der Volksuniversiteit, die in verband met zijn werkzaamheden een beter oordeel heeft over de mogelijkheid van slagen eener dergelijke onderneming dan ik en dienaangaande hoopvol gestemd was. Zelfs is het niet onmogelijk, dat de Volksuniversiteit, een lichaam, dat zich alhier op belangrijke deelname kan verheugen, haar medewerking zou willen verleenen, indien zich eenmaal een zelfstandige afdeeling der Liga alhier gevormd heeft, hetzij door beschikbaarstelling van zaal en filmapparaat, wellicht ook door eenige financieele steun. Deze zijde van de oprichtingsmogelijkheid zou echter eerst goed tot haar recht kunnen komen, zoodra gebleken is, dat het Hoofdbestuur met het plan van een Enschedeesche afdeeling instemt.

Het ligt in mijn bedoeling om, zoodra de toestemming van het Bestuur gekregen is, ten spoedigste over te gaan tot de samenstelling van een voorloopig bestuur, waarin o.m. de Secretaris der Volksuniversiteit zitting zou kunnen nemen als lid.

Alsdan zou overgegaan kunnen worden tot de samenstelling van een propaganda-manifest, waarvan ik U ingesloten een ontwerp doe toekomen.

Er bevinden zich in onze gemeenten wel eenige gefortuneerden, bij wie voldoende belangstelling voor moderne kunstuitingen te verwachten is, om op hun medewerking te mogen rekenen.

Zonder nadere gegevens kan ik mij echter geen beeld vormen van de financieele eischen, die de verwerkelijking van mijn plan eischen. Ik zou het ten zeerste op prijs stellen, indien U mij dienaangaande eenige cijfers zoudt kunnen noemen: o.m. den huurprijs der films, wat wel de grootste uitgave zal zijn. Natuurlijk zou daarbij de zaalhuur komen, maar indien het mij mocht gelukken, de Volksuniversiteit voor de Liga te interesseeren, is de mogelijkheid niet gering, dat tegen gereduceerden prijs de gehoorzaal der V.U. te onzer beschikking gesteld zou kunnen worden. Bovendien bevindt zich daar een apparaat, waarvan ik niet weet of het zich voor de vertooning van gewone films leent. Mogelijk - dienaangaande is U beter ingelicht dan ik - bestaan er van politiezijde bezwaren tegen het draaien van films buiten een cabine.

Gaarne zou ik van U de reeds verschenen nummers der Filmliga ontvangen, teneinde mij geheel te kunnen inwerken.

In de hoop, dat U bereid zult zijn, mijn voornamen bij Uw bestuur voor te dragen, verblijf ik,

Hoogachtend,

dw

C.J.E. Dinaux.

Inmiddels komt mij ter oore, dat dit alles uitmuntend in orde is. De Secr. der V.U. zegt definitief zijn medewerking toe en is zelfs bereid, het secretariaat der afdeeling op zich te nemen.

Bijlage bij de brief:

Manifest van de Nederlandsche Filmliga afdeeling Enschede.

L.S.

Nu alom in den lande het aantal afdeelingen der Nederlandsche Filmliga gestaag groeit en de reeds bestaande afdeelingen zich in een stijgende belangstelling mogen verheugen, dienen alle krachten ingespannen te worden om Enschede, als hoofdstad van Twente, haar eigen afdeeling te verzekeren.

Weliswaar zal de Liga uiteraard steeds een samenwerking blijven van weinigen, bij wie voldoende zin voor kunst en wetenschap mag worden verondersteld, om interesse te verwachten voor de toekomst der filmkunst. In die overtuiging meenen ondergeteekenden dan ook een beroep te mogen doen op Uw daadwerkelijke medewerking, waarop zij, na een wellicht overbodige uiteenzetting van het streven der Liga hopen te kunnen rekenen.

De Filmliga is te beschouwen als een coöperatie van filmbelangstellenden, wier trachten het is, films, die in de bestaande amusementstheaters geen plaats kunnen vinden, omdat zij... te goed zijn, te ver boven de smaak van het bioscooppubliek uitgaan, te vertoonen in besloten kring.

De massa immers wil het bioscoopvermaak, wil de filmvertooning enkel om de sensatie, wil, wat wij op het tooneel ‘de draak’ noemen. Een enkel maal mag eens een kunstwerk op het programma verdwalen, uit het oogpunt van winstkans blijft dit een onwelkome vergissing; het bioscoopbedrijf toch als commerciëele onderneming dient zich begrijpelijkerwijs geheel en al op de rendabiliteit van het programma te richten, waardoor het helaas eenerzijds van het cinematografische schouwspel moest vervreemden, anderzijds talrijke filmwerken, welke boven het gangbare trachtten uit te streven, in binnen- en buitenlandsche studio's renteloos moest laten liggen. Een merkwaardig verschijnsel: de beste films zijn het goedkoopst - het publiek wil ze niet!

De Filmliga nu stelt zich ten doel, zich meester te maken van wat de huidige bioscoopbezoeker versmaadt, teneinde het voor een kunstzinnig publiek te vertoonen.

De wondertechniek der Rolprent, als nieuwe kunstmogelijkheid, dreigt in een vervlakking en vergroving te verzanden. Haar nieuwe perspectieven te openen, den weg harer schoonheidsuiting te effenen, een avant-garde te vormen, die de amusementsbioscoop tot filmschouwburg wil opvoeren door het smakelooze uit te bannen en het schoonheidszoekende binnen te halen, alvorens de film in colportageroman-prent ondergaat - dit is het doel der Ned. Filmliga.

Het spreekt wel van zelf, dat niet alles, waarop de Liga de hand legt, meesterwerken zijn, dat er zich films, hetzij kunstzinnige, hetzij wetenschappelijke onder bevinden, die U niet zullen weten te bevredigen. Maar wie beseft, dat de filmkunst een jonge kunst is, die haar bloei nog tegemoetgaan moet, zal, hoe dan ook, met vreugde het streven begroeten, de filmkunst ruimere kans op vervolmaking te helpen bieden.

U meedt wellicht de bioscoop - terecht! - de Filmliga wil u terugbrengen tot de film als schoonheidsuiting.

Indien ge gelooft in de film der toekomst, in een cinematografisch kunstwerk, dan zal de arbeid der filmliga uw instemming hebben en de definitieve vestiging van een afdeeling Enschede een voldongen feit zijn.

Wij willen U een bepaald aantal films indien de deelname voldoende is, over een twaalftal matinée's verdeeld die nu eenmaal niet voor het groote publiek bestemd zijn, doen vertoonen.

Dit alles kan - met behulp van Uw deelname. Het financiëele offer behoeft U niet te weerhouden:

Het lidmaatschap der Filmliga bedraagt F 's-jaars. Geeft u nog heden op en morgen heeft Enschede haar eigen afdeeling.

Het (voorloopig) bestuur:

C.J.E. Dinaux, voorzitter,
W.L.M.E. van Leeuwen, secretaris,
Ch. Glasz, penningmeester.

Origineel: Amsterdam, EYE Film Instituut Nederland

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie