Ed. Pelster
aan
Menno ter Braak

Amsterdam, 9 april 1928

9 April 1928.

B.M.

Ik ben juist terug uit Parijs en had een half uur geleden met Scholte (de eenige, die te bereiken was) een onderhoud over verschillende Liga-kwesties en ook over I.T.F.

Hij zal je schrijven Donderdag a.s. hier te zijn, zoodat we dan alles kunnen bespreken wat natuurlijk veel eenvoudiger is.

Volledigheidshalve hierbij echter nog het volgende:

Brief I.T.F. kreeg ik gisteren van Joris toegezonden. Die brief werd al geschreven vóór ik mijn onderhoud met Couvee had.

Hoofdartikel Bioscoopbond schrijf jij; ik zal je er nog wel meer gegevens voor geven. Scholte bromde wel, doch heeft er verder niets tegen in te brengen. Bovendien moet hij een tentamen plegen.

Over ‘Suikerman’ ben ik het nog heelemaal niet met je eens en als jij het niet was zou ik er woedend over zijn. Bijna zou ik spijt hebben, dat mijn brief er over aan jou niet sterker was, doch ik wilde je gemoedsrust weer niet verstoren. Vergeet niet, dat jij nog beschikt over een ‘heilige onschuld’, die bij mij al lang verdwenen is, waardoor ik veel zaken vlugger en beter doorzie. We praten er wel over, maar met Suikerman is de Liga zwaar op den verkeerden weg en kan zelfs in ernstig gevaar komen. Die bijloopertjes hebben we niet noodig. Heb jij zoo graag vlooien? Tweede brief van hem kreeg ik nog niet van Joris. Ik bel hem er morgen wel over op.

Persknipsels komt wel in orde. ‘Delibereeren’ doe ik principieel niet. Tijd is geld, ook voor Liga.

Filmlevering kan goed worden voor het volgend jaar. Maar dan moet eerst het bureau er zijn!

We praten wel over alles en schieten dan veel gauwer op!

Met beste groeten t.t.

Ed. Pelster

Origineel: Amsterdam, EYE Film Instituut Nederland

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie