De boekengrens

Hoeveel boeken één mensch kan lezen
Masaryks bibliotheek

Er is een boekengrens, zooals er een boomgrens is. Ergens houdt de mogelijkheid der boekenconsumptie op, ook al is de mensch een nog zoo volhardend lezer. Zoo heeft nu A. Schaier in Den Gulden Winckel berekend, dat iemand die 95 jaar zou worden en 80 jaar tijd had iederen dag een boek te lezen, het tot 29.220 boeken zou brengen. (Een probleem blijft natuurlijk, wat hij ervan zou onthouden; maar goed, de mogelijkheid van dit alverslindend boekenmonstrum bestaat toch.)

De schrijver van dit artikel vertelt voorts een en ander over de leescapaciteit van wijlen Masaryk.

‘Hij was een politicus, die zich - ook later als staatsman - voortdurend bezighield met de bestudeering der theoretische en historische grondslagen van politiek en staatkunde. Tevens was hij een belijdend minnaar der schoone letteren. Jaar in jaar uit las hij wetenschappelijke en literaire werken in vijf talen: Tsjechisch, Fransch, Duitsch, Engelsch en Russisch. Voor zijn uitgebreide taalkennis strekte z'n lectureele belangstelling zich natuurlijk nog verder uit, dan zijn veelzijdige interesse alléén reeds deed.

Masaryk heeft - gelijk een Tsjechisch blad wist mede te deelen - een particuliere bibliotheek van meer dan 107.000 gecatalogiseerde werken nagelaten. Men diene zich daarvan geen verkeerde voorstelling te maken; nauwelijks een derde deel van dit getal vertegenwoordigt het bibliotheekbezit van den particulier Masaryk, zooals hij dit systematisch heeft opgebouwd en aangevuld. Het staatshoofd, den man van wereldvermaardheid, stroomde meer dan twee derde deel dezer verzameling toe. Door elkander rekene men daaronder dus boeken van allerlei schrijvers, uitgevers, wetenschappelijke instellingen, regeeringen, openbare instellingen en organisaties uit alle werelddeelen.

Van deze reuzenverzameling was nauwelijks een derde deel het werkelijk resultaat van Masaryks persoonlijke geestelijke belangstelling. Rond 30.000 banden dragen het teeken van zijn doorwerking in den vorm van aangestreepte stellingen en persoonlijke notities. Deze collectie zeer opmerkelijke lectuur loopt evenwel niet - gelijk in ons voorbeeld - over een tijdsbestek van tachtig, doch slechts over 65 jaar. Want Masaryk bezat vóór zijn twintigste jaar slechts zeer weinig boeken en na zijn vijf-en-tachtigste levensjaar kon hij zijn dagelijksche urenlange lezingen niet meer voortzetten. Nà dat tijdstip moest hij zich dat, wat hem het meeste interesseerde, laten voorlezen. In 65 jaar 30.000 boeken. Dat is dus in nauwelijks 21.900 dagen, hetgeen het gemiddelde van “één boek per dag” verre te boven gaat. Daar komt dan nog bij, dat Masaryks lectuur zich tot zijn zestigste jaar niet uitsluitend tot zijn persoonlijk boekbezit uitstrekte. Het spreekt vanzelf, dat hij ook vaak gebruik maakte van universiteits- en andere wetenschappelijke bibliotheken; ook de jeugdige docent en de latere professor Masaryk leefde op een te bescheiden voet, dan dat hij zich naar willekeur dicht- en romanwerken had kunnen aanschaffen om zijn literairen honger te stillen. Aldus komen wij tot een nog veel grooteren niet te meten omvang, daar toch een dag, zelfs voor den ijverigsten lezer, niet meer dan 24 uur heeft, waarvan tweederde - zoo niet meer - aan andere noodzakelijke bezigheden dan die der lezing gewijd wordt?

De oplossing is dáárin gelegen, dat men gewoonlijk een groot aantal boeken pleegt te hanteeren, waarvan men nochtans niet zou kunnen zeggen, dat men ze gelezen heeft, in den zin van “uitgelezen”.’

Van berekeningen als deze krijgt men koude rillingen. Als men nu gaat uitrekenen, hoeveel letters Masaryk in zijn lange en welbestede leven heeft verteerd (per seconde, per minuut, per dag, etc. etc.) wordt de obsessie nog vreeselijker....

M.t.B.