Chr. de Graaff
aan
Menno ter Braak

Amsterdam, 17 oktober 1929

17 Oct. 1929

 

Beste Menno,

Dick schreef mij, dat hij je eenige van mijn duitsche kronieken had gestuurd voor een keuze voor ‘Erts’ met een aanbeveling voor het stuk over ‘Im Westen Nichts Neues’. Nu heb ik al een heelen tijd geleden de Erts-proef van mijn versjes [gekregen], maar nog geen proef van een essay.

Hoe zit dat? Heb je 't niet genomen? Maar ik onderstel, dat je mij in dat geval wel om een àndere bijdrage zou hebben gevraagd. Graag zou ik dat even hooren.

En dan nog iets. Joris Ivens zei mij, dat je slecht te spreken was over 't gelijktijdig verschijnen van onze interviews.

De zaak is, dat ik al meer dan een maand lang op Joris ‘loerde’ die telkens uitstelde. Toen 't eindelijk zou doorgaan vertelde hij mij dat hij met Franken juist door jou was geinterviewd. Ik zei toen: dan doe ik 't niet òf tegelijk met de N.R.C. Ik had ook een paar dagen eerder mijn interview kunnen plaatsen maar wilde dat niet tegenover jou.

Ik sta op 't standpunt, dat de plaats voor de filmkunst onder de dagbladzon, waarvoor ik zelf een paar jaar heb gewerkt en tegen zure gezichten van X.Y.Z., [onleesbaar] (en zeker voor jou, niet broodgedwongen journalist) van meer belang moet zijn dan primeur-jacht en ik ben altijd bereid overleg te plegen, waar dat ideeële belang kan worden gediend.

Enfin, je zult zelf gauw genoeg de verhouding tusschen ideaal en journalistiek ontdekken. 't Is een repeteerende breuk!

Ik hoop van je te hooren dat wij het eens zijn.

Hartelijke groeten

tt Beer

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie