Menno ter Braak
aan
Elisabeth de Roos

Rotterdam, 2 februari 1933

R'dam, 2 Febr. '33

 

Lieve Bep

Al wil je dan het tegendeel van een epistolair temperament hebben; je brief heeft me erg veel pleizier gedaan! Nu Eddy, begrijpelijkerwijze, niet kon reageeren, was jouw reactie mij nog dubbel veel waard. Het was eigenlijk een beetje onvoorzichtig van me, een fragment ter lezing te geven voor ik het geheel af had, omdat ik ongekend snel gedeprimeerd ben door een critiek, die niet eens ongunstig is. Dat uit het eerste hoofdstuk (dat ik soms wil zwijgen) is een maar al te reëele kant van mijn leven. De gekste bij-argumenten drijven me dan toch weer naar het manuscript.

Inderdaad neen, geen snars roeping heb ik, zoo b.v. à la Last, die ik gisteren in de Bijenkorf over Sovjet Rusland hoorde. Nog veel erger, kwasteriger, ijdeler dan ik gedacht had. Als die kinderkamer-volksuniversiteit Rusland is, dan hoop ik daarvoor nog lang gespaard te blijven. Maar misschien heeft de blijmoedige, domme Last wel niet veel meer gezien dan de gemiddelde toerist van de ‘Intourist’; hij had het alleen maar over diners, recepties, aanplakbiljetten en ... zijn eigen gedichten, die in het russisch vertaald schijnen te zijn. De schrijvers in Moskou schijnen het overigens zoo druk te hebben met ‘leiden’, dat zij heelemaal niet meer schrijven, vertelde hij ook nog en passant. Ook kun je in de heilstaat als schrijver aan een arbeider worden ‘toegevoegd’, als die arbeider een episode van het vijfjarenplan wil beschrijven. Is dat niet iets voor jou? -

Over de ‘Zieke’ liever later meer, als hij klaar is. Hetgeen wil zeggen, dat ik je ‘conversatie’ erover grootendeels volkomen onderschrijf! Je opmerking over pag. 57 (loopt dit niet op Wilde i.p.v. Nietzsche uit) is m.i. zeer de overweging waard, maar ik geloof toch, dat het niet zoo is. Het amusement van Wilde bedoel ik toch eigenlijk niet; N. wilde zeker geen amusement, hij was zelfs ‘tief’ en zoo, maar desondanks blijft hij altijd volstrekt amusant; daarmee toont hij de ware ‘amusementskunstenaar’ te zijn, volkomen onopzettelijk, zelfs ‘tegenopzettelijk’. - De zin over het ‘l'art pour l'art’ blijf ik handhaven; ik bedoel, dat hij, die de kunst a priori ‘afzondert’ van het leven zichzelf dwingt tot een acteursrol; het afzonderen is al een tooneelgebaar, want waarom anders die afzonderlijkheid ‘kunst’ tegenover de rest?

Je passage over de brieven is aardig, maar pleit m.i. niet tegen mijn ‘vertrouwen’ in brieven. De houding, die de briefschrijver zich geeft, is juist door de vaak opzettelijke nonchalance evenzeer een houding, maar de dwanggedachte van de publicatie zit er toch niet achter! (afgezien dan van humanistenbrieven etc.). Ik wil dan ook allerminst een brief als een ‘naakte waarheid’ aanpakken! (Bij telefoneeren is volgens mij het bedrog weer grooter, omdat de strategie daar directer moet worden toegepast).

Bedank Eddy bij voorbaat voor zijn cadeautjes! Ik verheug er me op. Voor Maulnier had ik nog geen tijd; in Le Pari ben ik nog niet ver; het begint ongelooflijk traag, maar bij hoofdstuk III wordt het beter. Maar ik zou een half jaar ‘vrij van school’ moeten hebben. Soms is het lesgeven bepaald ondragelijk.

Vonden jullie het stukje van Marsman over Last en de Kring niet aardig? Ik denk al aan het gezicht van mevr. Willink, die het blad opent waarin haar ééne kind wordt bewierookt en haar andere, niet minder echte, met slijk overdekt!

Veel hart. gr. voor jullie beiden!

je Menno

 

N.B. Zou je niet nog eens vertrouwelijk aan Bob willen vragen, of hij mijn stuk over de humor niet iets principieeler kan maken, ev. uitbreiden aan het slot? Het is zoo erg historisch en gaat daardoor te veel als een nachtkaars uit, vind ik.

 

Volgens Ant heb ik mij tijdens de lezing van Last onnet gedragen, door polemische exclamaties; bij de pauze ben ik maar verdwenen, naar een niet-kunstfilm.

 

Origineel: particuliere collectie

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie