Elisabeth de Roos
aan
Menno ter Braak

Parijs, 2 april 1936

Parijs, 2-IV-'36

 

Lieve Menno,

Ik heb het gevoel dat ik je alleen nog over miserabele zaken schrijf, maar naast een zoo epistolair temperament als dat van Charles-Edgar, wat wil je anders?

Ziehier: ik heb het trieste gevoel dat ik hoe langer hoe minder betaald word aan dat Vaderland. Over het algemeen pleeg ik daarover te jeremieeren tegen Schilt, maar die is nu een beetje boos op me dat ik niet naar de tweede lezing van Walch ben gegaan. (Hoe kon ik nu weten dat ik regulier college moest loopen? De eerste was al nauwelijks een ‘opening’ te noemen. Het is overigens een brave, en ik zal hem gaan vraagspreken.) De laatste maand ontving ik (ik weet niet meer precies hoe) veel te weinig honorarium. Ik schreef aan Schilt -het komt wel meer voor - en kreeg toen nog een chèque van 97 frs, met een door de Lang onderteekend briefje erbij dat ze de brief over [onleesbaar] Schrijvers (febr.) vergeten hadden en wel excuus. Nu is dat een stuk van meer dan een volle kolom, en ± 160 regels. In het begin is er een heele correspondentie geweest tusschen Schilt en mij waarbij ik meende geengageerd te zijn op fl. 10 per kolom, en hij zei dat ik per regel betaald werd, maar dat het bijna op hetzelfde neer kwam. Ik zou dus nu minstens een fl. 12 voor dat stuk moeten hebben; op een som van een paar artikelen maakt die vermindering nog een appreciabel verschil. Zou ik ongeweten salarisvermindering ondergaan hebben? Als ik nu 160 regels voor 9 gulden moet schrijven, schei ik er meteen uit. Of denk je dat de Lang speciaal dit moment gebruikt heeft om me op te lichten? Wat raad je me te doen? Kun jij niet eens unobtrusively (ik verval in Bouws-stijl) informeeren wat ik nu eigenlijk geacht word te ontvangen?

Dank, en excuus voor de materialistische toon van dit schrijven. Ik las Ein Mensch fällt aus Deutschland (rottitel; een andere refugié maakte Ein Mann sucht Seine Heimat, of zooiets), en vindt het heel goed, heel sympathiek vooral, hoewel wat uitsluitend lyrisch. Is hij jong?

Ik lees nu ook weer Meredith - nog dank voor het zenden - maar kan hem bepaald niet uitstaan. One of our Conquerors heet een van de goede romans, is het trouwens ook, maar de stijl, aan één stuk door wijd-van-wiekslag en bruisend-van-vitaliteit en gezonde-elegantie-in-mannelijkheid is onverdragelijk. Ik sprak Marcel Arland, die het meteen over een holl. auteur had die zoo'n aardige man was en over Dostoievsky schreef en in een woonwagen woonde en uit chariteit gehuwd was (dacht hij), want zijn vrouw was zóó leelijk en ook nog zijn nicht... Nadat Malraux hem over de ware Costeriaansche gedaante had ingelicht, gaf hij mij de schrijver cadeau, maar de man was toch wel aardig.

Jammer dat jullie niet kunnen komen met Paschen! Is er met Pinksteren weer geld? Heel veel hartelijke groeten voor jullie beiden,

Bep.

 

Origineel: particuliere collectie

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie