Menno ter Braak
aan
Marianne Philips

Den Haag, 17 december 1934

den Haag, 17 Dec, '34

Pomonaplein 22

 

Zeer geachte Mevrouw

In antwoord op uw schrijven van 13 dezer deel ik u mede, dat ik bij het schrijven van mijn critiekje niet aan klassementen en matches heb gedacht. Ik reken u tot de schrijfsters van de kategorie ‘damesauteurs’, maar van het betere genre. Uw instelling op het leven verschilt m.i. niet zoo bar veel van die van mevr. Boudier-Bakker, maar u hebt meer virtuositeit om dat te verbergen, in uw laatste boek b.v. achter een simultaan patent in tegenwoordige-tijd-stijl. Ik vind het geheel bepaald zeer leesbaar, maar oneindig veel te lang; en in laatste instantie laat dit boek mij even siberisch als de verdere sinterklaasproductie, waarin ik het genoegen heb mij thans nog regelmatig te wentelen.

Het zou mij aangenamer zijn u in den stijl van de N.R.C. te kunnen schrijven, maar zoveel heb ik helaas niet in uw boek kunnen zien. Ik wil hier nog gaarne aan toevoegen, dat ik de sexualiteit van de kategorie ‘dames-auteurs’ niet altijd tot het vrouwelijk geslacht beperkt acht; er zijn ook mannen (b.v. Herman Robbers), die een absoluut ‘feministische’ verhouding tot het leven hebben. En anderzijds: iemand als Carry van Bruggen, Virginia Woolf of Jeanne v. Schaik-Willing reken ik niet tot de ‘damesauteurs’, omdat hun problemen op een ander niveau liggen.

Ik twijfel er niet aan, of deze explicatie zal u weinig bevredigen. Maar een uitvoeriger argumentatie zou neerkomen op een discussie.

Inmiddels hoogachtend uw dw.

Menno ter Braak

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie