N.P. van Regteren Altena
aan
Menno ter Braak

Tiel, 13 maart 1929

Tiel 13 Maart '29

 

Amice,

Hoewel wat laat, wil ik je toch nog even bedanken voor de toezending van je opstel in de Stem. De inhoud was mij natuurlijk niet vreemd, maar ik vond het wel genoegelijk door deze samenvatting nog weer eens verplaatst te worden in de beschouwingen van je dissertatie. Als ik aan dat boek terugdenk, dan kan het me werkelijk wel eens spijten, dat je (althans voorloopig) geen neiging vertoont in deze richting verder te gaan. Maar het is nu eenmaal de kwaal van ons ouderen, dat we de jongeren willen aangeven de richting die ze moeten volgen. Ik zelf kan die hebbelijkheid niet afleeren; maar wel heb ik afgeleerd mijn inzichten op te dringen en 't is zelfs met zekeren schroom dat ik je zou willen vragen, waarom je deze vrije tijd niet gebruikt om wat meer in de historisch-philosophische problemen je te verdiepen. Over Spengler bijv. is eigenlijk in ons land nog maar weinig anders geschreven dan korte beschouwingen. Een kritische beoordeeling van zijn boek zou m.i. allerlei nieuwe tendenzen in je wakker maken en je enthousiasme geweldig prikkelen. Ik zie in je film-werkzaamheid, hoe voortreffelijk op zich zelf, eigenlijk zoo weinig perspectief en ook je boek, dat nog in wording is, lijkt me, volgens enkele uitingen van je zelf, wel zeer negatief te zullen worden. Is het niet tijd om met nieuw brandhout 't geestelijk vuur in je te doen opvlammen en zoek je misschien niet op verkeerde plaatsen naar de nieuwe brandstof? Dit zijn zoo de overpeinzingen die bij de lectuur van je artikel in mij opkwamen en die ik zonder eenige pretentie heb neergeschreven.

Met veel gr.

H.

N.P.v.R. Altena

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie