Menno ter Braak
aan
Herman Robbers

Den Haag, 26 april 1935

den Haag, 26 april '35

Pomonaplein 22

 

Zeer geachte heer Robbers

De hartelijke toon van Uw schrijven heeft mij zeer getroffen en U gelieve het lang uitblijven van antwoord dan ook niet toe te schrijven aan ongevoeligheid daarvoor; het was in het seizoen weer eens druk.

De illusie om iemand te ‘bekeeren’ tot een standpunt, wanneer men bij voorbaat weet, dat men verschillende talen spreekt, heb ik evenmin als U. Ik noem U echter geenszins een ‘gematigd realist’, omdat ik veronderstel, dat U opzettelijk gematigd zou schrijven, maar alleen, omdat ik ‘realisme’ beschouw als een litterairen vakterm en gematigd realisme dus als een tusschenstadium tusschen laat ons zeggen de Betuwsche Novellen van Cremer en Madame Bovary van Flaubert. Dit tusschenstadium representeeren m.i. zoowel U als Ina Boudier-Bakker. Ik geef U grif toe, dat ik in mijn slechtste en best verkochte boek ‘Dr. Dumay verliest’ bedenkelijke (voor mij bedenkelijke!) neiging heb vertoond, om ook gematigd realistisch te schrijven; Marsman schreef mij b.v., dat hij het ‘net Robbers’ vond, hetgeen ik achteraf lang niet dwaas acht. Wel was de grondtoon anders dan in Bernard Bandt, maar Dumay lijkt toch in sommige opzichten op dien ‘held’ van het gematigd realisme.

Wanneer de ‘jongeren’ (helaas ook al weer dik in de 30) dus ‘met zekere minachting’ over Boudier-Bakker schrijven, kan daarin een tendens tot zelfverweer liggen; in ieder geval is het niet de bedoeling om den litterairen ijver en schrijfvaardigheid van I.B.B. aan te tasten. Voor mij persoonlijk vertegenwoordigt deze schrijfster Holland op zijn smalst, dat ik zelf, zijnde een ras-Hollander of liever Geldersman, ook in mij heb, maar naar ik hoop genoeg gepersifleerd en bespot heb om er zeeziek van te worden. Mijn polemische natuur accepteert dit zelfbeklag van de ongelukkige gelukkige familie niet; ik wil menschelijk medelijden graag aanvaarden, maar niet den toon van: ‘hier is het groote menschelijke drama volstreden, hier wordt over de laatste vragen ‘gediscussieerd’. Want voor den psychiater is ‘Armoede’ veel gemakkelijker op te lossen dan voor I.B.B.; een kuur doet ook wonderen, voor de Lots en Amy's en andere hystericae en koele vrouwen van Nederland.

Ik veronderstel, dat ik U hiermee onbevredigd laat. Desalniettemin ben ik U erkentelijk voor Uw brief en hoop, dat mijn principieele toon U niet zal verstoren.

Hoogachtend

Uw dw. Menno ter Braak

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie