B. Roest Crollius
aan
Menno ter Braak (Den Haag)

Den Haag, 11 februari 1935

11 Februari 1935 Den Haag

 

Zeer geachte Heer,

U zoudt mij zeer verplichten wanneer U mij dezer dagen wilt mededeelen of er een beslissing is genomen omtrent mijn einde December ingezonden novelle Kroniek van een Jeugdzonde.

Sedert Uwe toezegging dat mijn gedicht ‘De zee wordt verloren in nevel’ zou worden opgenomen, zijn twee nummers van Forum verschenen zonder dat dit gedicht geplaatst werd. Mochten er bezwaren tegen opname gerezen zijn, dan kunt U het alsnog terzijde leggen. Ik kreeg van Uw laatste schryven den indruk dat de toezegging tot opname min of meer als een troostprijs was bedoeld. Als een troostprijs bij de weigering van een portie novellen. Het kan echter zijn dat ik er naast ben.

Wat de inzending van mijn novelle ‘Kroniek van een Jeugdzonde’ betreft, daar heb ik achteraf spijt van.

De inzending was overhaast als gevolg van een té groote voldaanheid over het stuk. - Bij overlezing dezer dagen vond ik er zooveel onjuistheden in, vooral in de zinsbouw, dat ik een kleine schaamte niet kon onderdrukken.

Mocht het zijn dat de redactie eventueel iets voor opname voelt, dan zal ik U een verbeterd exemplaar dezer novelle toezenden.

Mocht tot weigering zijn besloten, dan heeft U bovenstaand van mijn slordige inzending de verklaring, welke onder het motto ‘Baat het niet dan schaadt het niet’ werd gegeven. In de hoop spoedig iets van U te mogen vernemen,

Met de meeste Hoogachting

B. Roest Crollius

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie