A. Roland Holst
aan
Menno ter Braak

Bergen N.H., 29 augustus 1931

Bergen. N.H.

Aug. 29. '31.

 

Zaterdag

 

Geachte Heer ter Braak,

Hartelijk dank voor uw brief, waar gij mij zeer veel genoegen mee deed. Ik had uw essay al aan Nijhoff doorgestuurd, maar heb hem nu geschreven, dat hij 't u weer terug moet sturen. Tegelijk met uw brief ontving ik er een van Eddie du P., die mij schrijft, dat het nieuwe tijdschrift zeker in Januari verschijnen zal, zoodat uw essay voor ‘De Gids’ in elk geval verkeken is, wat mij erg spijt. Maar ik begrijp uw besluit volkomen. Ik ben zeer benieuwd naar Eddie's executie van Coster!

Verder schrijft Eddie mij, dat hij in September een rondreis in Holland houdt en ook een paar dagen in Bergen hoopt te komen. De Bloems zullen de heele September-maand hier aan zee zijn. Als Eddie 't nu zoo zou kunnen schikken, dat hij hier een week-einde bij mij logeert, zou u dan diezelfde dagen ook niet kunnen komen? Wij zouden dan een goede gelegenheid hebben, alle dingen te bespreken, die met uw essay in verband staan en waarover een gedachtenwisseling mij, na uw brief, dubbel aanlokt. Gij zoudt bij de Bloems zeker onderdak kunnen vinden. Ik zou 't bijzonder prettig vinden als er van dit plan iets zou kunnen komen. Misschien, dat ge u met Eddie in verbinding wilt stellen, om tot een vaste afspraak te komen.

Met vriendelijke groet, hoogachtend

uw dw. A. Roland Holst

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie