Menno ter Braak
aan
Jan Romein (Amsterdam)

Den Haag, 22 juni 1939

[onleesbaar]

Vandaag heb ik mijn artikel over de Erflaters geschreven; het verschijnt Zondag. Ik heb opzettelijk de zaak Nuysmans niet aangeroerd, om den heeren zoo min mogelijk voorwendsels aan de hand te doen om bezwaren te maken; mijn betoog is hoofdzakelijk dat van den vakhistorischen toeschouwer, overigens is het best mogelijk, dat ik hierover toch al weer moeilijkheden krijg, want de toon is toch nog scherp geworden. Het initiatief van Nuysmans c.s. is dégoutant; ik had van den ouden [onleesbaar], mijn [onleesbaar], eerlijk gezegd niet verwacht, dat hij tot zulken handelingen in staat zou zijn.

Ik [onleesbaar] ook het Utrechtsch Nieuwsblad, als ik zoo'n krant lees, spel ik pas goed, wat voor een rotblad het vod, in zijn tegenwoordige gedaante eigenlijk is, hoe eerder ik er weg kom, hoe beter; overwinningen behalen op weekdieren is nauwelijks een genoegen, vooral omdat zij steeds weer slijm zullen afscheiden. Dit s.v.p. in vertrouwen; ik heb nog een kleine hoop op beterschap bij de ‘leiding’, niet uit overtuiging, maar omdat zij bang is voor alles, dus ook voor mij.

h.gr.

Menno

 

Origineel: IISG archief Jan Romein M.88

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie