M.H. Székely-Lulofs
aan
Menno ter Braak

Budapest, 9 maart 1932

Budapest 9 Maart 1932

 

Zeer Geachte Dr. Ter Braak,

In de tweede helft van Februari 1932, zond ik U een schetsje A Seng en Pieter Klaassen. Ik had my toen al wel geabonneerd op Forum, doch had dit toen nog niet ontvangen. By doorlezing echter van Forum, bleek het my, dat alle ongevraagde manuscripten voor de redactie gezonden moeten worden aan het red.-secretariaat zonder byvoeging van persoonsnaam en mèt byvoeging van een envelop en postzegels, indien het manuscript terugverlangd wordt. Ik heb my dus wel hevig bezondigd, door myn schetsje regelrecht naar U te zenden zònder envelop, zonder postzegels en mèt persoonsnaam.

Nu weet ik niet wat met myn manuscript gebeurd zal zijn. Als het U voor deze eene keer niet te veel moeite is, zoudt U dan my het groote genoegen willen doen, om my al is het maar op een briefkaartje te laten weten, of het ingezonden schetsje voor plaatsing in aanmerking komt of niet en zoo niet, of ik op terugzending daarvan kan rekenen. Ik hoop, dat U myn verzoek niet ten kwade zult duiden en in aanmerking wilt nemen, dat ik in het buitenland wonende, een beetje gehandicapt ben.

U dankend voor Uwe te nemen moeiten,

Hoogachtend,

M.H. Székely-Lulofs

 

M.H. Székely-Lulofs

Népszinház Utca 27.IV.27

Budapest.

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie