Het Vaderland/E.A.L. de Lang
aan
Menno ter Braak

Den Haag, 8 november 1933

Den Haag, 8 November 1933.

 

d.L/H

 

Den Weledelzeergel. Heer

Dr. Menno ter Braak

Beukelsdijk 143b

ROTTERDAM

 

Zeer geachte Heer ter Braak,

Naar aanleiding van ons onderhoud bevestig ik U hierbij even wat wij zijn overeengekomen.

Practisch met ingang van 15 November a.s. gaat U de plaats innemen van wijlen Henri Borel en derhalve:

1e. de verzorging op U te nemen van de Letteren- en Kunstkroniek, welke des Zondagsmorgens in het Vaderland verschijnt; 2e. gaat U het werk doen van een toneelrecensent aan een courant en 3e. gaat U zich zoo spoedig mogelijk wijden aan de verzorging van de rubriek Letteren en Kunst. -

Het salaris zal, zoodra U geheel in functie zijt, f.6000.- bedragen minus 10% crisis-korting, doch zoolang U niet geheel in functie kunt zijn 2/3 van dat bedrag. -

Volgens afspraak heb ik gisteren met den heer Nijgh de quaestie van het pensioen besproken. Het kwam ons beter voor, dat de pensioenregeling, zooals die bij de journalisten te doen gebruikelijk is, ook voor U van toepassing zal worden gebracht, zoodra vast staat, dat U in de journalistiek blijft. Volgens den heer Nijgh zou het verschil in premie niet zoo veel betekenen en naar zijn meening is het op dit oogenblik niet mogelijk om met een Maatschappij - de Nationale bijv. - de journalisten-regeling te treffen zonder de kans te loopen dat het gestorte bedrag verloren zou zijn, voor het geval eind volgend jaar de journalistieke loopbaan toch niet zou worden voortgezet.

Wanneer U evenwel het werk aan Het Vaderland blijft verrichten, dan kunt U zich als redacteur van de Letteren- en Kunstrubriek beschouwen en dus niet meer zooals Borel, enkel een medewerker.

Nu ik U toch schrijf, wil ik nog even Uw bijzondere aandacht vestigen op dat boekje van van Eeden, dat ik U overhandigde. Het merkwaardige van het geval is, dat Borel er de voorrede voor schreef in mei van dit jaar en het toen ook in dien tijd uit het Duitsch vertaalde; en merkwaardig wel hierom, omdat, zooals U zich herinnert, Borel volgens vrouw en dochter Roomsch zou zijn gestorven, terwijl wij die hem zoo goed kenden, steeds hebben beweerd, dat er van een overgang tot de R.K. Kerk voor Borel geen sprake kon zijn. Deze onze meening wordt wel uitermate grappig en juist bevestigd wanneer men het boekje leest. Wanner Borel eenige neiging had om de Roomsche Kerk te gaan aanhangen, dan zou hij werkelijk geen zin gehad hebben om neer te schrijven wat zijn vriend van Eeden in zijn heldere dagen blijkt te hebben gezegd. De godsdienst krijgt er dusdanig van langs en de Roomsche kerk in het bijzonder.

Misschien geeft het U aanleiding om zoo langs Uw neus weg daar nog even op te wijzen, wanneer U het boekje bespreekt. Ik ben er zeker van, dat U heel wat lezers pleizier kunt doen daarmee en dat zijn wij eigenlijk aan de nagedachtenis van Borel verplicht.

Met vriendelijke groeten,

N.V. ‘De Courant Het Vaderland’

E.A.L. de Lang

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie