Het Vaderland/E.A.L. de Lang
aan
Menno ter Braak (Den Haag)

Den Haag, 10 mei 1939

Den Haag, 10 Mei 1939.

 

d.L/H

 

Zeer geachte Heer ter Braak,

De heer Nijgh zond mij Uw brief tot hem gericht, waarmede U met ingang van 1 September 1939 ontslag verzoekt als redacteur van de rubriek Letteren en Kunst. U hebt mij trouwens van den inhoud van dezen brief in kennis gesteld, toen U mij zijt komen vertellen, dat het Uw plan was heen te gaan.

De Statuten van onze Vennootschap geven aan, dat de directie aanstelt en ontslaat. Vandaar derhalve, dat U van mij thans mededeeling ontvangt dat wij U gaarne, zij 't tot onze spijt, het gevraagde ontslag per 1 September a.s. verlenen, aannemende natuurlijk, dat vóór dien tijd geen moeilijkheden rijzen, ontstaan door handelingen Uwerzijds.

Ik heb eveneens kennis genomen van Uw brief aan de heer Mr Swart, met Uwe bespiegelingen, die een direct gevolg zijn van Uw persoonlijk onderhoud met hem.

Het spijt mij voor Het Vaderland, dat wij iemand van Uw naam gaan verliezen, maar het is U bekend, dat ik mij niet heb kunnen vereenigen met de eenzijdigheid Uwer zienswijze en de behandeling van de rubriek. Een polemiek als die begonnen met den heer Hans, is naar mijne meening voor de krant slecht. Ik weet, dat vele lezers tevergeefs uitzagen naar besprekingen van boeken, die U terzijde legt. En ook al ken ik meerdere abonné's die Uw stukken gaarne lezen, ik geloof toch, dat, zoo wij den juisten man kunnen vinden, het voor beide partijen beter is dat U heengaat.

Het is jammer geweest, dat niet zoo nu en dan eens een streep gehaald is door een stuk, door U geschreven, of de opneming er van is geweigerd, want dan zou U langzamerhand begrepen hebben, dat het er allereerst om gaat de belangen van de courant te dienen.

Toen U hier gekomen zijt, hadt Ge van een courantenbedrijf niet het minste besef en U hebt m.i. Uw groote vrijheid geleidelijk verkeerd gebruikt. Dat is juist waar de heer Nijgh ook op doelde, toen hij U schreef, dat U blijkbaar geen kans zaagt om aan de zachte hints van den heer Schilt gevolg te geven.

Wij hebben het, geloof ik, altijd heel goed kunnen vinden en het verwondert mij, dat U geen kans hebt gezien uit liefde voor het werk aan een courant en voor Het Vaderland in 't bijzonder, een oplossing te vinden zóó, dat tegemoet werd gekomen aan de bezwaren, gerezen niet alleen hier en te Rotterdam, maar ook onder vaklieden en leeken.

Ik wensch U verder succes in Uw leven en verblijf gaarne

Hoogachtend,

N.V. ‘De Courant Het Vaderland’

E. de Lang

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie