Menno ter Braak
aan
Adriaan van der Veen

Den Haag, 13 augustus 1938

Den Haag, 13 Aug. '38

Kraaienlaan 36

 

B.A.

Dank voor je brief. Het is inderdaad een goed idee, dat je hier in September de betrekking aan het Vaderland eens ampel komt bespreken. Ik kan me wel voorstellen dat je een weinig teleurgesteld was door de geaardheid van dit baantje, maar ik had niets anders verwacht, en de bespiegelingen van Greshoff leken me luchtkastelen. Er is aan Kunst momenteel geen nieuwe kracht noodig, zijnde 's Gravesande nog in vollen bloei en het wezen Polak Daniels voor de muziek dito.

Maar: een betrekking aan een krant is iets, dat zich ontwikkelt. Ik zal volgende week natuurlijk met De Lang over je belangen spreken, en hem er op wijzen, dat hij je voor intelligent werk moet gebruiken, zooveel doenlijk. Domme journalisten voor het vuile werk zijn er bij de vleet, maar goede moet men met een lantaarntje zoeken... en dus op prijs houden. Bovendien weet De Lang net zoo min als wie ook, wat zijn krant precies noodig heeft. Deze man heeft een zeer raar en vrij gecompliceerd karakter, naar mij langzamerhand gebleken is. Hij is een zakenman, met alle onhebbelijkheden van dien, maar druipt tevens van eerbied voor het Hoogere; want hij is een domineeszoon. Verder heeft hij ook nog eenige menschelijke goedigheid en zelfs wel hartelijkheid, die op een zeer zonderlinge wijze door de rest van zij karakter heengekookt zijn. Vergeet verder niet, dat hij zelf geen letter kan schrijven, zonder zich te blameeren en dus, bij al zijn zakenmans bluf, steeds spreekt over dingen, waarvan hij het abc niet kent! Men kan wel journalisten exploiteeren, maar het geheim van een journalist te zijn of te worden is voor hem nog meer een geheim dan voor een ander. Hij zal in het begin alle moeite doen om je te beïnvloeden en maatstaven aan de hand te doen, waarvan hij een vage Ahnung heeft, dat zij van waarde zijn. Als je vriendelijk naar hem luistert, naar den vorm zooveel mogelijk zijn zin doet, en verder je eigen inzichten volgt, zul je vermoedelijk al heel spoedig merken, dat hij niets tegen je onderneemt. Au fond is hij n.l. bang voor iemand met een zekere dosis persoonlijkheid en karakter, vooral wanneer die iemand in den dagelijkschen omgang soepel is, en geen air de dédain aanneemt.

Het feit, dat je de ‘tweede criticus’zult worden, is een zeer belangrijke factor, Want daardoor krijg ik een zeker recht mij met je te bemoeien. Ik geloof, dat je er in de eerste maanden het best aan doet, mij dikwijls om advies te vragen. Ik kan daar veel voor je doen, en zal ook niet nalaten dat te probeeren. Natuurlijk zal ik je graag eens wat werk overdoen, ook al ligt het werk niet strikt in de lijn van je opdracht; het bezorgt je een zekere mate van training.

Deze mededeelingen over De Lang s.v.p. strikt onder ons houden! En houd mij vooral van al je ‘stappen’ op de hoogte.

h.gr.je MtB

 

<Ja, dat manifest was knudde! Ik wil toch hopen, dat je generatie iets beters te zeggen heeft (zelfs in programvorm) dan wat je daar opgekalkt had. Maak er iets persoonlijkers van!>

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie