[p. 297]

Kerkelijke Liederen van het Spaansche Volk 7

 
Daar is geen vrouw als Maria,
 
Geen vlag als de Spaansche vlag,
 
Geen liefde als de liefde van moeders,
 
Geen licht als het licht van de dag.
 
In het hoogst van de hemel
 
Klinken trombonen:
 
Dat zijn serafijnen
 
Die Maria kronen.
 
Mijn moeder heeft mij gevraagd
 
Wie ik bemin.
 
Ik zei: de Heilige Maagd,
 
Mijn koningin.
[p. 298]
 
Dwars over d'Ebrostroom
 
Vliegen granatenzwermen.
 
Onder haar mantelzoom
 
Blijft ons de Maagd beschermen.
 
De Maagd op de zuil heeft gezegd
 
Dat zij geen Fransche wil wezen,
 
Maar voor zal gaan in 't gevecht
 
Aan 't hoofd van d'Aragoneezen.
 
Hoera voor Zaragoza!
 
Lang zal Aragon leven!
 
Aan de gewijde pilaar
 
Hebben we ons hart gegeven.
 
Heilige Maagd op de zuil,
 
Vrees nimmer vreemde tirannen
 
Zoolang Zaragoza groot is
 
Door nijvre, vaardige mannen.
[p. 299]
 
't Kruis wordt uit een kerk gedragen,
 
Het kruis, met rouw bekleed -
 
Aan 't kruis wordt ieder geslagen
 
Die zichzelf door liefde vergeet.
 
Ziet hem naadren, vol mededoogen
 
Voor ons, de in zonde geboornen;
 
Hij komt onder 't hout gebogen,
 
Bedekt met een kroon van doornen.
 
Zie de drie Maria's komen
 
Met hun drie zilvren bokalen,
 
Waarin de kostbare stroomen
 
Van 't bloed uws Verlossers dalen:
 
Verheft uw oogen, aanschouwt
 
Ons aller opperste Heer;
 
Zoo de zonde u waarlijk berouwt
 
Zijgt op u zijn genade neer.
[p. 300]
 
De klok luidt in Betlehem's toren,
 
De vlammen slaan uit een stal;
 
Daar is een kind geboren
 
Dat ons verlossen zal.
 
In de kerk staat, kaal en strak,
 
De boom die wij aanbidden,
 
Met englen, één op elke tak
 
En de Heer in 't midden.
 
Ik zag een man;
 
Zijn borst was open;
 
Bloed kwam van spijker
 
En doorn gedropen;
 
Daaronder zat
 
Geknield een vrouw
 
Die hem aanbad.
[p. 301]
 
Maria werd neergedragen,
 
De leege nis bleef nog daar.
 
‘Waar is nu de duif?’ zoo vragen
 
De zwaluwen aan elkaar.
 
Ware ons huis u niet aangenamer,
 
Hooglieflijke Vrouwe-mijn,
 
Zoolang nog rondom uw kamer
 
De metselaars bezig zijn?
 
Moeder van smarten,
 
Van angst en zorgen -
 
Ik houd getrouw in de diepte mijns harten
 
Uw beeld geborgen.
 
Heilige Moedermaagd,
 
Hadt gij mijn ziel toch zoo
 
Als gij uw kindje draagt!

Hendrik de Vries

7De tweede blz. bevat vier strijdliederen van Zaragoza's verdediging tegen Napoleon. De derde blz. bevat vier ‘Saetas’, d.z. processieliederen van de lijdensweek. De eerste hiervan is een poging tot reconstructie uit eenige profane liederen, die duidelijk als variaties, uit een dergelijke, mij echter onbekende, Saeta onstaan zijn.