A. Roland Holst
aan
Menno ter Braak

Bergen N.H., 6 maart 1935

Bergen. N.H.

Maart. 6. '35.

 

Woensdag

 

Beste Menno,

Wel bedankt voor je brief en voor de krant met je stuk over Dirk, dat mij zeer vermaakte (dat gedichtje van de schoolmeester is verukkelijk, vooral de 1e en de 2e strophe!). Dirk Bloem leest zich rijk en stuurt de kwekers zijner bloemen niet eens een exemplaar (tenminste, ik bleef verstoken), wat ik vrij schandalig vind. Ik weet dus niet, welk kind van mij hij opnam, maar ik geloof, dat ik tot nu toe nog slechts op kinderen onder de 6 maanden dichtte, en als Freud die ook al schuldig acht (wat hij waarschijnlijk wel klaar zal spelen) kan ik 't niet helpen, en die kinderen toch zeker ook niet!? -Vele jaren geleden heb ik nogal wat psycho-analyse gelezen, maar in dit geval betreur ik mijn execrabel geheugen minder dan anders, al moet ik toegeven, dat er enkele groote lijnen evident werden, die dat wel zullen blijven. Maar overigens zal 't verouderen op analoge wijze als het historisch materialisme.

Texel bleef nog onbereikt. Behoudens eergisteren, toen ik even in A'dam was, ben ik nu in 4 weken niet verder geweest dan Alkmaar (en het land der Phaïaken, want ik lees tegenwoordig bij mijn eerste kop thee steeds een half uur in Vosmaar's vertaling van de Odussee, wat een bijzonder verkwikkend begin van de dag is)

Hart.gr. ook aan Ant,

van je Jany

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie