Menno ter Braak
aan
E. du Perron

Rotterdam, 23 januari 1933

R'dam, 23 Jan. '33

 

Beste Eddy

Zooals ik al achter op een couvert van Greshoff schreef, kreeg ik je vele ‘stukken’. Juist voor mijn afreis naar Antwerpen. Ik heb daar Zaterdag met Delen en Greshoff Elsschot te pakken gekregen. Een bijzonder merkwaardige kerel, van uiterlijk een gewone slimme handelsman; en het gekke is, dat hij bij nadere kennismaking ook werkelijk uitgeslapen blijkt in dat vak. Lijmen is vrijwel geheel uit mémoires samengesteld; hij heeft ons de zotste verhalen gedaan over zijn lijmpractijken. Zijn laatste meesterwerk op dit gebied schijnt te zijn een Almanach des familles nombreuses, die het Wereldtijdschrift nog slaat. Hij zou er mij een exemplaar van zenden, dat ik je dan bij gelegenheid wel eens doorstuur. Het sympathieke in Elsschot is, dat hij geen seconde de dupe is van zijn eigen zwendelarij; hij is een combinatie van Laarmans en Boorman en als ik me niet vergis au fond een uiterst geschikte kerel. - Zondag was ik in Brussel, bij Greshoff. Stols verscheen er ook plotseling met zijn vrouw; hij verandert niet; blijft geheel en al correct aanhangsel van zijn legioen v. Eer. Ik liet bij Greshoff de drie eerste hoofdstukken van den Zieke achter, met het verzoek die zoo spoedig mogelijk aangeteekend aan jou door te zenden. Wil je ze, als je eenigszins tijd hebt, met Bep deze week lezen en ze met jullie critiek terugzenden naar mij? Ik pauzeer nu n.l. even, maar wil er volgende week weer aan beginnen en kan dan moeilijk zonder de doorslagen (met het oog op ev. veranderingen).

Je wijzigingen in Dumay heb ik en bloc overgenomen. Hartelijk dank voor de vele kleine, maar uitstekende verbeteringen! Wat de algehele toon en vaart betreft: ik geloof niet, dat ik daaraan nog iets kan veranderen. Het is waar, wat je zegt, maar het boek is van die uitweidingen voor mijn gevoel toch niet los te maken. Het is aan één kant nu eenmaal traditioneel-hollandsch en als zoodanig moet het dan maar optreden. Ook zal ik mijn vondsten niet meer overschatten; mijn toon klonk misschien wat onjuist-heroïsch, maar het was alleen maar ten opzichte van Robbers bedoeld! Je had gelijk, me op dien toon te wijzen; die was een ietwat te felle reactie op Marsman's toon. - Nog een speciaal verzoek: kun je niet iets bedenken op de relatie juffr. v.d. Wall-Lucas, die, zooals het er nu staat, werkelijk wat al te toevallig aandoet? Ik bedenk zelf ook al, maar heb hier den tekst niet om op een idee te komen.

Le Pari hoop ik gauw te lezen! Je opmerkingen daarover maken me erg nieuwsgierig. Gisteren ‘amuseerde’ ik me in den trein met Mes Songes que Voici van Maurois: de grootste mediocriteit, die er maar te bedenken is. Ik wou er een paar pagina's in Forum over schrijven.

André Walther, p. 163: Il faut lutter continûment. - Continu et continuel existent, - continuellement oui, mais continûment? Je ne sais pas, - j'aurais besoin d'un dictionnaire... (Douloureusement, emphatique, trop espagnol - du dehors - pas d'intimité - il faut douloureusement, qui bien plus discrètement pleure. -

Ik wacht maar tot het slot van dezen brief om nog eens over de panopticum-geschiedenis te beginnen. Eenerzijds zou ik er niet op willen terugkomen, anderzijds wil ik er mijn mond toch niet over houden. Dat Bouws weer zijn administrateursmond niet heeft kunnen houden en precies tegen mijn gegevens in de ‘zaak’ tot een redactioneel punt heeft gemaakt, kan mij tenslotte koud laten; het verbaast me alleen, dat je daarover nu nog nijdig wordt en zelfs mijn reactie op die stukjes daarmee min of meer gelijkstelt. Ik verwerp absoluut de gewichtigheid van dat soort secretariaatsbriefjes; zijn beroep op Maurice is gewoonweg idioot. Maar ik wil zelf deze quaestie uitboren, niet op het stuk van die panoptica zelf, maar in het algemeen. N.l.: moet ik in het vervolg, bij het ontvangen van korte polemieken van jou, mijn meening voor mij houden? Moet ik je dus in dit opzicht ‘respecteeren’, omdat je anders dadelijk een ultimatum stelt? Het zou me godsonmogelijk zijn, of de heele basis van onze vriendschap zou verdwijnen. Je hebt mij onbillijk behandeld door op mijn persoonlijke critiek te antwoorden met een (onovertuigde) intrekking en zelfs (naar Jan Greshoff mij zei) met een definitieve breuk met Panopticum (je schreef dat niet aan mij); daarmee heb je eigenlijk Bouws boven mij geprefereerd, want voor hem geldt voor alles de ‘beleefde polemiek’. (Ik laat nu daar, dat de intrekking achteraf mij pleizier doet, dat heeft er immers niet mee te maken; bovendien hebben Colmjon en Verbraeck hun holl. boekhandel zoo juist geliquideerd, maar dat doet er ook niets toe). Enfin, het geval zelf ben ik al weer volkomen vergeten; ik schrijf dit alleen met het oog op de toekomst. Nu heb ik het gevoel, dat ik bepaalde sentimenten bij je moet ontzien en dat is voor een vriendschapsrelatie een ondraaglijk gevoel. Schrijf er nog maar eens over; waarom zouden we niet tot een oplossing trachten te komen? - Beschouw om te beginnen de ingesloten stukjes nu niet als een soort verzoek om ‘tegen-controle’! Ik stuur ze je, om ze je te laten lezen; persoonlijke aanvallen komen er niet in voor, geloof ik, het is allemaal maar wat humor. En verder een schitterend nieuw document van onzen Bieling! Oase. Lees dat met ernst!

Als je ze werkelijk weg wilt doen, neem ik de Wilde's graag over! Maar alleen in dat geval! Ik heb ze geen van alle. Schrijf de prijs maar.

Ik zoek geregeld naar baantjes, maar heb nog geen vondst gedaan. Vanavond wordt er een ervaren ‘zoutzieder’ gevraagd, maar dat lijkt me meer iets voor Theun de Vries. De moeilijkheid zit hem in de diploma's, waar de menschen hier nu eenmaal op verzot zijn. Ik blijf echter diligent, zooals dat heet. Voel je er niet voor om, met de ev. opbrengst van erfenis en Gistoux, hier staatsexamen en rechten te doen? Het kan, met jouw intellect, in vijf of zes jaar (misschien minder) gebeuren. Een soort gekkenwerk is het wel, maar je zou je kans daarna natuurlijk vertienvoudigen. Zooals het nu staat, ben je natuurlijk van toevallige dingen afhankelijk. Maar ook daarin zijn vele mogelijkheden, dus wie weet?

Nu, beste, behandel de staart van de panopt. geschiedenis met de bijgedachte, dat ik er alleen een toekomstbelang bij heb; voor de rest geloof ik alles allang. Ik ben misschien ook maniakaal, op een andere manier dan jij; ik kan niet ‘respecteeren’ zonder uitboring. Veel hart. gr. voor Bep en een hart. hand van

je Menno

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie