E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Bellevue, [9 juni 1933]

Bellevue, Vrijdag.

 

Beste Menno,

Het portret van J.v.N. is op onverklaarbare wijze verdwenen; misschien heb ik het verscheurd met de enveloppe waarin mijn brief eerst zat (ik heb die nl. in een nieuwe enveloppe gedaan toen ik er wat bij schreef). Pesterig genoeg.

Las je Donker over de Uren (in Crit. Bulletin)? Zielig - en zóó ongekund, dat het eigenlijk is om den braven dikhuid aan je hart te drukken. Je moet bij gelegenh. toch eens aan zijn nichtje vragen of dit nu haar gevoelens vertolkt.

Ik vertaalde Malraux je 2 brieven voor, die lang niet zoo slecht zijn als je (na Bep's antwoord) schijnt te veronderstellen. Hij zal je zelf antwoorden; voor de rest verstaan jullie je dan wel in rechte lijn.

Ik blijf het zéér vervelend vinden dat deze fragmenten-historie met Marsman nu weer zoo geloopen is; maar ik zal hem het misverstand uitleggen. Een ander fragment zal hij wel niet inzenden; tenminste, ik deed het zeker niet, in zijn plaats.

Over die verschillen tusschen ons moeten we praten. (Ik bedoel: tusschen onze ‘beschikbaarheden’.) Als je dus in Juli hier bent. Maar: wij zijn tegenwoordig gewoon ‘werkzaam’ en hebben dus, behalve den Zondag, geen heele vrije dagen meer. Je zult je dus met Ant moeten instellen op tochten door Parijs bv., als wij bij Pia zitten. Maar kom in ieder geval, ook met het oog op Malraux en Pia, want met dezen laatste moet je nu werkelijk kennis maken.

Dat Forum opgedoekt zou moeten worden, anders dan door den H. Wil van Zijlstra lijkt mij al te dwaas. Het zou een volkomen nederlaag zijn tegenover Gids en Stem, en afgescheiden daarvan een krankzinnige opoffering van het ééne belangrijke ‘magazijn’ voor onze copy in Holland. Ik zal eraan blijven meewerken zooals ik het je beloofde; - wschl. niet meer in ‘artikels’, maar met ‘verhalen’ en andere ‘fragmenten’. Dit laatste is voor mijzelf absoluut nodig. Maar geen redacteur meer zijn ook. Ik zit hier bovendien te ver af, en die controle op mijn panopticums door Zijlstra in het lichaam van Bouws is op zichzelf voldoende, dunkt me. - Ik geloof bovendien dat je de literaire barrière met Vestdijk overschat; Vestdijk blijft een zeer behoorlijk iemand, en hij hoort zeker méér bij je en in Forum dan ieder ander, voor zoover ik zien kan.

Kan je zorgen dat Aan Ambrosia èn het stuk over de ‘beschikbaarheid’ tegelijk in Juli komen? Als het moet, kan ik het laatste nog wel wat bekorten; bv. de citaten besnoeien. Als Maurice tegen is en wij beiden zijn vóór, is dat toch zeker voldoende? Wil je Maurice vragen om een panopt. over die P.E.N. - historie, als je zelf er niets van maken wil, want mijn stuk bevat alleen maar toespelingen en ik vind het bepaald noodig dat er een stukje aan die grap zelf gewijd wordt. Verveelt dit werk je, dan kunnen we er in 1933 mee uitscheiden maar nu toch niet? die P.E.N. - heibel is ook qua verschijnsel oneindig belangrijker dan die schilderijen-tentoonstelling bv. waar je wel een heel stuk over schreef.

Lees Anthonie vooral. Er staan ook dingen in tegen Marsman en jou. En een knudde - als uiteenzetting van wat onbeschoftheid is in de literatuur en wat gentlemanlikeheid. Als typen van dit laatste: Van Vollenhoven, Huizinga en Bierens de Haan; onder de eigenlijke schrijvers schijnt Anthonie geen specimen meer te hebben kunnen vinden. Maar wat doet zoo'n goeie jongen als je deze 3 mannen bij elkaar tegen Multatuli zet, en tegen den zeker niet minder onbeschoften Van Deyssel? Natuurlijk hadden die wel het genie, dat ons heelemaal ontbreekt... Maar als je er nu toch theorieën van maakt.

Achterin nog eens - en dan grappig! - de aanmerking op mijn slip of the pen dat de Jordaan ‘un quartier juif d'Amsterdam’ is. Ik heb lust om te antwoorden dat bij Querido alleen dit ‘juif’ juist is, dat zijn Jordaan gelijk staat aan 3 Jodenbreestraten om het ‘temperament’ van den schrijver zelf, en dat mijn werkelijke fout is dat ik verderop schreef: ‘antiquité persane’. Die antiquité van Querido is ook ‘juive’, dat is wiedes! En mijn Fransch schijnt heel gemeen te zijn, volgens den fijnproever die het stuk schreef (als het niet De Rosa is, is het Donker), Malraux en Pia hebben blijkbaar niet goed geproefd. - In één ding heeft hij gelijk: de een of andere corrector van de N.R.F. heeft na mijn proef nog die verbetering aangebracht van ‘Jordaen’ met ae. Enfin, c'est comme ça que ça s'écrit! heeft die man gedacht. - Mijn stuk over Salverda intusschen schijnen ze te hebben weggesmokkeld.

Ik geloof niet dat Nietzsche ‘beschikbaar’ was; hij was zeker te bezeten daarvoor. Goddank!

Je vergist je als je denkt dat het met jou en Greshoff gedaan is pro mijn Coster. Slauerhoff schreef er een zeer waardeerend stuk over, en Marsman gaat er ook nog over schrijven, en zeker ‘fatsoenlijk’. - Maar voordat ik bleeke Theun gehoord heb, klopt mijn hart als in het Sint-Nicolaas-lied.

Ik geloof dat ik, al is het verward, op alles geantwoord heb, behalve compleet op dat verschil tusschen ons, waarin ik het trouwens voor een groot deel met je eens ben, en dat ik op zichzelf heelemaal niet anders zou willen. De details - o.a. mijn tegenwoordige onzuiverheid in Forum - moeten we heusch maar eens mondeling afdoen.

Het boek over dokterspoëzie is uit. Het is werkelijk een heel curieus boekwerk geworden, veel minder obsceen, maar eigenlijk veel gekker dan de Forberg. Ik zal je een ex. zenden als er een presentex. overschiet, dat is erg de vraag. Wij werken op het oogenblik hevig aan de verzending van de prospectussen. Als het niet zoo duur was (fl. 9.-), zou ik je raden er een te koopen: je kunt er met Wim bv. zeker plezier van hebben - maar wacht nu liever. Misschien kan ik je een z.g. recensie-ex. bezorgen; je zou het dan in een panopt. kunnen bespreken - dat lijkt mij zelfs zeer in jouw lijn - en misschien zou Wim er een stuk over kunnen schrijven voor een medisch periodiek. Houd dit in gedachten.

Ik ben erg benieuwd naar De Zieke, maar het hoofdstuk waar je nu mee vastzit, wordt voor mij je ware. De rest is nl. voor mij subtiliteit, vernuft; hièrvan zou ik de ‘redding’ kunnen verwachten! Ik wacht dus met dezelfde hartklopping, waar Theun verantwoordelijk voor is, maar met geheel verschillend ‘doelwit’, tot je ingewanden zich zullen hebben verklaard. Breng het mee in Juli, dat is het beste; niet eerder opsturen. - En werk heusch nog het een en ander om in Dumay, voor het in boekvorm uitkomt.

Hartelijk je

E.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie