Menno ter Braak
aan
E. du Perron

Den Haag, 6 april 1934

den Haag, 6 April '34

 

B.E.

Na ontvangst van je brief van Woensdag heb ik, zij het met een bloedend hart, mijn plan om naar Brussel te gaan maar opgegeven. Voor zoo korte tijd als jij vrij bent is het toch wel een wat al te groote onderneming, te meer, waar ik deze dagen veel werk en gereis heb gehad. Het is jammer, maar ik hoop spoedig eens een paar dagen in Parijs te kunnen komen, als er een voorwendsel is.

Gisteren ben ik naar Querido geweest en heb hem je Smalle Mensch afgeleverd. Hij was bijzonder aardig, moet ik zeggen, en zeer toegankelijk voor argumenten, al bleef hij natuurlijk bij zijn meening over je boek. Met name zou hij de eerste 150 pag. graag wat meer samengedrongen willen hebben. Ik heb hem nadrukkelijk bericht, dat ik de Indische memoires van a tot z meesterlijk vond, tegen de compositie van het eerste stuk met de gesprekken ook wel eenige kleine bezwaren had, maar dat hij het boek moest nemen zooals het was; alleen heb ik hem beloofd, dat ik je (niet als Boudier-Bakker-concessie, maar als verzoek van den ‘mensch Querido’) zou vragen in het eerste stuk wat te werken (ik meen, dat je dat al van plan bent.). Het verschil tusschen compleetheid à la den Doolaard en à la Stendhal heb ik hem ook trachten duidelijk te maken. Hij wil daar in theorie wel aan, maar Joost Mendes gelooft er niets van, dat ligt voor de hand.

Maar alles bij elkaar lijkt hij me een goede uitgever. Zijn voorstel, dat hij je zelf zal doen, wordt nu dit: hij neemt je twee romans + Smalle Mensch en geeft je daarvoor de afgesproken f 1000 voorschot, in maandelijksche termijnen uit te betalen. Verder krijg je de gewone percentages van den verkoop. Ik heb hem gezegd, dat ik het voorstel zeer reëel vond, en dat vind ik ook. Jij hebt je drie boeken goed onder dak, en ook je f 1000 beet; loopt de verkoop enigszins, dan deel jij voortdurend mee in de verdere winst. Je krijgt zulk een voorstel, dat weet ik haast wel zeker, van geen andere holl. uitgever. Neem het aan.

Verder heb ik over Die Sammlung geprotesteerd. Inderdaad zijn noch jou noch mij proeven gezonden van Thelen's vertaling. Mann schijnt mijn schriftelijk verzoek vergeten te hebben en heeft daarom zelf de proeven drie maal gecorrigeerd, naar hij mij verzekerde. Met mijn eigen stuk is iets veel ergers gebeurd, ook al door de schuld van onzen Klaus; er zijn n.l. drie regels in gekomen, die ik voor mijn particulier gebruik in margine had genoteerd!! Gewoonweg belachelijk. Er is nu een briefje met een rectificatie bij ieder nummer gevoegd. - Ik heb gisteren in den trein jouw artikel vlug overgelezen en moet zeggen, dat, globaal genomen, Thelen je toon heel goed gepakt heeft. Het stuk is werkelijk erg aardig en uiterst leesbaar, heerlijk partijdig en daardoor in flagranten strijd met de objectieve artikelen van Scholte en Constant, die alleen voor specialisten leesbaar zijn. - Dat ik niet eerder protesteerde ligt aan de opmerking, die jij in een brief maakte (hoogst toevallig, denk ik?) over ir. Mussert dien Thelen niet had kunnen vertalen. Ik maakte daaruit op, dat je zelf de proef had gekregen! Pas later kreeg ik weer argwaan, maar toen was er al gedrukt.

In geen geval wil ik geld voor Uren! Denk daar aan, anders had ik je niet geschreven over het tekort. Ik heb het immers met Zijlstra met gesloten beurzen verrekend, dus je gebruikt je erfenis maar op een andere manier, als je mij een plezier wilt doen tenminste!

Dit voorloopig in haast. Ik zend je Kuyle, maar ik zelf vind het te dom om er een woord aan vuil te maken. Hoogstens zou ik de advertentie van Harten en Brood in extenso willen overnemen. (zie schutpagina N.G.).

hart. je

M.

 

Een telegram van Bep heb ik niet gekregen!

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie