Menno ter Braak
aan
E. du Perron

Den Haag, 27 september 1937

Den Haag, 27 Sept. '37

 

Beste Eddy

Eén post, nadat ik mijn vorigen brief weggestuurd had, kwam je briefkaart. Ik heb me gehaast Douwes Dekker (p/a jou) een ex. van Multatuli te sturen. Het was me eenvoudig door het hoofd gegaan, onder het wapengekletter door, en dus geen bewijs van verkoeling, zooals je schrijft. Ik heb ook werkelijk nooit het gevoel van verkoeling gehad; integendeel, meer iets als een ondraaglijke verhitting, die tenslotte iedere communicatie onmogelijk maakte. Behalve dat komt wel een gevoel van abstractheid, door het ontbreken van mondelinge verificatiemogelijkheid. Het schrijven van brieven is een surrogaat, dat blijkt me steeds duidelijker, ook al houdt iemands stijl den ‘adem’ nog zoo sterk vast. Tenslotte conserveert de letter alles, wat niet geconserveerd zou moeten worden, terwijl de verandering van nuance toch ergens blijft haken. De vraag is maar op welk punt.

Denk dus niet aan verkoeling. Ik geloof eerder, dat de vriendschap van ‘mondelingen’ aard gedurende deze correspondentie geconserveerd (in den zin van: gebalsemd) zal blijven, en dat zij ieder oogenblik, dat nieuw direct contact mogelijk is, zal kunnen worden mobiel gemaakt. Maar van correspondentie an sich verwacht ik niet veel, op den duur.

Ik wilde je nog eens nadrukkelijk zeggen, dat je je van de eerste klachten van abonné's van een krant niets moet aantrekken. Die lieden zijn verontrust, maar zij zwijgen op den duur. Het snobisme gaat zoo ver, dat zij aan je wennen. Ik heb zoo het gevoel, dat de omgekeerde snobs van Borel (waarvan ik er eens één heb ontmoet) alleen voor lettercombinaties gevoel hebben, aangenomen vooraf, dat er voor hen iets verheffends in schuilt ze te lezen. Ze hooren verder zoo hier en daar, dat die nieuwe man ‘toch zoo knap is’ etc. Tot op een zeker moment een reeël verzet komt, en dan vliegen zoowel jij als ik er uit. Daarop ben ik sinds jaren voorbereid. Maar dat is iets anders dan de klachten der verontrusten.

Ik stuur je vandaag of morgen de Blocnotes en de vertaling van La Cond. Hum. Alleen het artikel, waarover je schrijft (Van de fjorden n.d. Boroboedoer), heb ik niet! Ik heb alles met bezemen gekeerd, maar het is er niet. En bij mijn weten heb ik het ook nooit gehad, want ik heb die stukken altijd dadelijk gelezen en bij elkaar gelegd op een vaste plaats. Heb je dit stuk misschien direct aan de N.R.C. gezonden? Ik zal nog eens zoeken, maar ik zou me toch titel en inhoud moeten herinneren, als het ding mij bereikt had.

Nog een voorbeeld van een schijn van verkoeling, die het toch niet is. Ik was bij Thomas Mann, zooals ik je schreef. Ik heb allerlei indrukken van dat bezoek, die ik je graag zou vertellen, maar tot opschrijven kom ik eenvoudig niet. Toch voel ik van tijd tot tijd de behoefte om juist met jou dit portret te verifieeren!

Verder geen nieuws, behalve dan, dat Huizinga gaat trouwen met een katholieke juffrouw van 28 jaar; hij is zelf 65! Men spreekt nu over het bronsttij der Middeleeuwen. Het huwelijk wordt in de sacristij voltrokken en H. moet beloven, dat de kindertjes roomsch zullen worden...

Hart. gr. 2 × 2, en een hand van je

Menno

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie