Sigrid Jungé

Dansavond in Diligentia

Er is langzamerhand een soort ‘dans-jargon’ ontstaan, dat even verderfelijk is voor een werkelijk productieve beoefening van de danskunst als weleer de tot cliché geworden balletstijl. Iedere danseres, die een diepe kniebuiging kan maken en tegelijk ‘de ziel uit het water scheppen’ (zooals iemand eens van Leistikow heeft gezegd), acht zich tevens gerechtigd om een publiek te interesseeren voor een dansavond te harer eere. Tot deze categorie van danseressen behoort ook Sigrid Jungé; een verschijning met hier en daar eenig talent (‘Der Wille zum Sieg’ b.v. was niet onaardig), maar tevens met een absoluut gebrek aan persoonlijkheid, fantasie en technische perfectie. Zij moet haar opleiding voor een deel in de school van Laban hebben genoten; welnu, het is mogelijk, men zou het op grond van sommige accenten van haar gebaar zelfs wel kunnen bevestigen. Maar Laban of geen Laban, de rest is nog zoozeer dilettantisme, dat men over de afstamming van deze kunst zich het hoofd niet behoeft te breken. Mej. Jungé zal er goed aan doen voorloopig het danspodium te mijden.

Wat deze danseres aan inventie en geacheveerdheid te kort schiet, tracht zij te vergoeden door veel madonna-achtige plooien van het soms lang niet leelijke gewaad en (in een paar nummers na de pauze) tamelijke ordinaire truejes. Maar er is met dat al geen enkele dans, die boven een laag gemiddelde uitkomt en in een ‘Wiegenlied’ komt men de kitsch bedenkelijk nabij. Het meest frappeeren echter de onpersoonlijkheid en slordigheid, en daarmee is eigenlijk alles reeds gezegd.

De begeleiding was in handen van Dela Catena, die het programma met eenige solistische prestaties aanvulde. De zaal was vol en droeg Sigrid Jungé op vleugelen van het applaus naar het paradijs van het succes.

M.t.B.