E. du Perron en E. du Perron-de Roos
aan
Menno ter Braak

Parijs, [17 februari 1935]

Parijs, Donderdagmiddag.

 

Beste Menno

Vanmorgen Slau weer gezien, die mij zei dat hij je nog altijd niet geschreven had. Hij blijft ergens toch teleurgesteld dat wij hem niet bijvallen; hij dacht, zei hij, dat wij hem toch gelijk gaven, en zeker ik. Ik heb geprobeerd hem aan zijn verstand te brengen dat ik hem nòg gelijk geef voor hem, maar niet voor ons. Als hij werkelijk vindt dat Vic eruit moet, heeft hij gelijk dat hij hem dat zegt; ik heb alleen maar gevonden dat zijn bezwaren ‘gegrond’ waren, met de ‘conclusie’ daarvan heb ik mij nooit vereenigd. Hij vindt nu dat een blad dat de persoonlijkheid voorstaat, door een zoo slappe persoonlijkheid als Vic verpest wordt, dat in de plaats van Vic Hendrik de Vries of desnoods Marsman moest komen; en dat hij van eventueel uittreden van jou (en Vestdijk?) heelemaal niets begrijpt. (Ik trouwens ook niet: ik vind het aanblijven van Vic best, maar zijn uittreden zou mij ook geen bal kunnen schelen.) Ik heb Slau je brief niet voorgelezen, omdat die de mijne gekruist heeft en omdat je hem zelf toch al schreef - verdere wrijving lijkt mij niet bepaald noodig. Hij zei zooeven dat als jullie Vic zóó graag aanhouden wilt, hij nog altijd bereid is om zich als medewerker terug te trekken; en nu zal je me, buiten alle solidariteitsredenen om, moeten toegeven dat Forum zonder Slau een heel wat ernstiger klap krijgt dan zonder Vic. (Dit nu in ‘het belang van Forum’ gesproken.)

De heele zaak lijkt me overigens vrij mal, en alleen principieel verdedigbaar: ook de houding van Slau. Want van persoonlijke kift (zooals jij veronderstelt) is geen sprake. Ik heb hem dit verscheidene keeren gevraagd en hij heeft het ontkend op een toon die mij waar lijkt. Hij zegt dat hij persoonlijk Vic heel geschikt vindt, maar als ‘literator’ hoe langer hoe meer een verachtelijk personage.

Nu dat panopticum van me. Als jullie vinden dat het geketst moet worden, zal ik er zeker geen heibel over maken; ik troost me dan met het idee dat er tenminste geen fluimen als Buning zullen denken dat ik gemeene zaak met hen maak tegen jou. Maar het criterium van Vestdijk en Wim (‘faciel’) overtuigt mij allerminst. Het zou mij misschien overtuigen als dat gelul over die ‘roes’ mij ook maar eenigszins ‘difficiler’ voorkwam, en als dat geciteer van Nietzsche pro en contra mij niet werkelijk volkomen waardeloos leek, en hoe langer hoe meer een advocatentruc, zooals ik in het panopticum schreef. - Dat je je niet voor de zaak interesseert begrijp ik best, maar alles is toch losgekomen door je bespreking van Engelman, en dat ik daarover precies denk als Henny heb ik je uitvoerig geschreven. Ik vind die aardigheid van de ‘roes’ ongelooflijk faciel; zoo erg dat men er alleen met faciliteitjes op kan antwoorden. Als ik difficile moest worden zou ik een essay schrijven over de ‘roes’ van Politicus zonder Partij, maar daar heb ik geen tijd voor en dat zou ons wel erg ver brengen. Of je vindt de ‘roes’ van de dichters kul, òf niet: in je antwoord ben je zóó dialectisch slim geweest dat dit onduidelijk werd, en dat heb ik in mijn panopticum - op de facielste manier (en dus ook op de facielst te begrijpene) - willen doen uitkomen. Misschien ben ik er niet in geslaagd..., tant pis dan.

 

Over die gewone ongewoonheid en vice versa schrijf ik maar niet meer; we schijnen hier toch langs elkaar te praten. Ik denk dat jouw cerebrale ‘boven de partijen’ staan me ergert, en dat ik altijd meer sympathie zal hebben voor de menschen die hun strijdpositie erkennen. Dat een fluim van een intellectueel hiërarchisch per se zou staan boven een zeer edele borst die niet tot tien kan tellen, zou inderdaad wat al te simplistisch zijn; maar die hiërarchie die op hiërarchieloosheid neerkomt, doet me toch een beetje de dampen aan. De dag dat je bewijzen zult waarom Nietzsche superieur is aan Hitler (of aan Napoleon?) zal voor mij een feest zijn, al is dit wschl. een bewijs dat ik ook al behoor tot de al-te-eenvoudigen-van-geest-en-gemoed. Eig. dus toch weer tot de ‘gewonen’!

Bep zal verder schrijven. Je ‘brief aan een plankenhaatster’ [E.d.P.-d.R.: Moet je die voorrede terug hebben of mogen wij dit exemplaar houden?] vind ik zeer goed, ofschoon als inleiding misschien iets te lang - kon één bladzij korter, lijkt me. Hart. groeten, ook voor Ant, van je

E.

 

De paradox van Ant vind ik héél aardig! Maar misschien komt dat omdat ik er mijn gelijk in vind, zooals jij het jouwe, - wat althans het groote voordeel is van de meeste paradoxen!

Je moet eens Choses Vues lezen van Victor Hugo. Hij is daar heel anders dan gewoonlijk; veel leesbaarder; en volgens sommige idioten nu ook veel grootscher en intelligenter dan Stendhal. In werkelijkheid is het prima journalistiek, overal waar hij beschrijft; als hij ‘diep’ wil worden is het meteen weer hopeloos mis! Maar je zou het toch moeten bezitten, het geeft ook een goed idee van allerlei politieke dingen. Je kunt het krijgen in één gewoon Nelson-deeltje, maar ik wil je ook wel mijn ex. geven als ik er doorheen ben. - Bep komt nu aan ‘ommezijde’.

 

 

P.S. Heeft Slauerhoff nu al geschreven? Darja is plotseling over komen waaien, misschien heeft dat de brief weer uitgesteld.

 

Zondagmiddag.

 

Nu is Zondag geworden: Bep heeft niet eerder los kunnen komen!

Wil je me alsjeblieft je stuk over Guéhenno zenden? Verder geen nieuws, dan dat ik allerlei politieke brochures lees voor mijn ‘open einde’ in Ducroo.

Hoe staat het met je plannen om hier te komen, deze maand?

E.

 

Lieve Menno,

Je ‘Open Brief’ (het verheugt me bizonder dat ik hier de rol van vijandin etc. heb mogen vervullen) lijkt me een uitstekende inleiding voor het stuk; of het precies tegen al mijn bezwaren ingaat, weet ik al niet meer, het lijkt me eigenlijk dat het al een heel eind in die richting komt, gegeven dat het plezier in propagandisme dat jij hebt en ik niet, een kwestie van temperament is waarover verder niet te twisten valt. Die geschiedenis van Ir. Paul Koster blijft voor ons wat vaag omdat wij er nooit eerder van gehoord hadden, maar in Holland weet waarschijnlijk iedereen er alles van en zal het dus alle weerklank hebben. Ik hoop in ieder geval dat hij het lezen zal. Ik ben benieuwd of en hoe je het slot nog veranderen zult, en trouwens ueberhaupt erg nieuwsgierig naar het verdere wereldlijke verloop van dit avontuur! Nog nooit is het oogenblik zoo passend geweest om je ‘succes’ te wenschen!

Het lijkt me dat Ilse dus after the fact nog met Lucas gehuwd is, in plaats van hem ervóór te hebben afgezegd. Zoo heb je dus alweer met Dostojevsky gemeen dat het leven zich aanpast aan je litteratuur.

De ‘gewoonheids’kwestie moet dan nu inderdaad maar tot nader order blijven rusten. Alleen wil ik ‘hors concours’, ik bedoel eigenlijk hors discussion, nog het laatste woord hebben: Je hebt blauw bloed! En ten bewijze raad ik je aan om niet meer alleen naar jezelf te luisteren als je zegt tegen ons of een ander, hoe goed je verhouding is met b.v. je zwager sinds hij een ongelukje had (ik neem maar een voorbeeld en bovendien twijfel ik er niet aan), maar om ook voor de spiegel te gaan staan en de grijns te observeeren waarmee je het zegt. Dit is van mij geen fantasie maar observatie der feiten! Ants paradox is mooi; wij hadden dan ook weliswaar niet verwacht van je als echtgenoot een Stefan George zou zijn. Dag, je Bep

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie