E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Gistoux, [26 april 1931]

Gistoux, Zondag.

 

Beste Menno,

Dank voor je alleraardigst schrijven, dat ik gisteren nog in Brussel kreeg. Een goed uur later rolde ik met moeder, zoon en dokter (ja, met een k) naar deze oorden. Een erg lange reis vanwege het voorzichtige rijden, maar alles is wondergoed gegaan. De patiënte is hier in handen van den ouden dorpsdokter Ferrière - een type; door mij ‘vereeuwigd’ in het sonnet O, Lieflik Dorp - afgeleverd. Het is hier heerlijk rustig; een zacht melancholiek regentje vanmiddag en tegen den avond opeens een heeleboel zon: een Romance-Sentimentale overgang, voorwaar! Ik ga mij hier een maand opsluiten, na terugkeer uit Holland, en hoop het beste; denk weinig te lezen en veel wandelingen te maken. Maar eerst zien we elkaar nog; den 29en, half 8, natuurlijk 's avonds. Den 30en blijf ik dan ook nog; den 1en ga ik naar Den Haag, den 2en hierheen terug. De rest mondeling. Met hartelijke groeten, ook aan Truida, je

E

 

Benieuwd of Slau met mij meekomt, wschl. wel niet. Maar je kan nooit weten, vooral niet met hem...

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie