E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Gistoux, [13 augustus 1931]

Gistoux, Donderdag.

 

Beste Menno,

Vanmorgen je pakje. Gisteren photo's van hier verzonden. ‘Nietzsche’ lijkt après tout toch meer op een Duitsche förster! - (als je 't zoo schrijft). Gelijk hiermee zend ik je Otto III terug, dat mij toch niet geschikt lijkt om bij de andere opstellen te worden opgenomen; het accent ligt toch duidelijk en doorloopend op de Geschiedenis. Bovendien behoort het niet tot je boeiende opstellen.

Ik vrees heel erg dat ik Thomas Mann niet lezen kan, vooral niet in dit uitgaafje! Ik zal wel eens in Holland informeeren wat de Holl. vertaling kost (ingenaaid).

Met Bouws aan mijn zijde kom ik niet meer tot Costeren, althans niet goed meer. Toch zal ik het morgen weer eens probeeren. Ik geloof dat ik toch maar een flink stuk uit mijn oude bespreking van de N.G. zal citeeren; dat is mooi genoeg daarvoor.

Overigens is alles hier bij het oude. Hartelijke groeten, ook aan Mejofvrouw Elisabeth, van je

E.

 

Hierbij nog 2 versjes.

 

- Oma Britt heeft zich over ons uitgesproken: Ze kan het met Slauerhoff heelemaal niet vinden; met jou... je bent wèl aardig; met mij... ze is niet mijn ‘geestverwante’; met Bouws daarentegen gaat het opperbest!

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie