E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Gistoux, [21 april 1932]

Gistoux, Donderdagmorgen

 

Beste Menno,

Inderdaad, àls we ons nog eens ‘separeeren’ om een literaire kwestie (wat de God van Engelman verhoede!) dan zal het toch wel niet om Ambrosia zijn. Maar de historie is voor mij nu uitgeput; je kent al mijn argumenten, ook de meest redacteur-achtige. Allora, basta. Ik stem voor en jullie beiden tegen, alles is in den haak - behalve misschien je onvoorzichtig jawoord en mijn niet minder onvoorzichtig bericht daarover aan Engelman zelf. Al doende leert men...

Het spijt me erg als ik mààr 72 kilo woog. Ik dacht: 74. Maar heb jij een goed geheugen voor cijfers? Ga toch nog maar eens naar Sandeman om heelemaal zeker te zijn! het is ook een prétexte om er een portje te drinken, dat ik je dan aanbied (te verrekenen bij een volgende occasie).

Het zou jammer zijn als Hiegentlich niet nog in dit nr. kwam. Maurice zou iets schrijven over een Vlaamsche aanblaffer van Paul v. Ostaijen. Is dat nog gebeurd?

Goddank dat Marietje de deur uitblijft. Dat was een heel wat zwaarwichtiger geval dan Ambrosia.

Ik ben blij dat je de annonce goed vindt. Op de drukproef kan ik het misschien nòg wat geserreerder en ‘koeler’ maken. - Ik schreef je gisteren, meen ik, dat het stuk over Lawrence af is en naar Bep voor 't overtypen. Ik heb er echt moeite voor gedaan, resultaat 15 blzn. ms. Het is van veel meer belang dan ‘Trotsky’, dus dan moet die revolutie-historie maar worden uitgesteld tot na Coster. Trouwens, over de revolutie heb ik nog meer te vertellen; misschien maak ik er later dan een soort ‘vervolg’ bij, over Bakoenin bv., of St. Just, of Sawinkov. Voorloopig moet toch alles blijven liggen voor Coster; maar Lawrence niet, al was het alleen maar omdat prinses Juliana er misschien wat uit zal leeren! - Ik stuurde 2 sonnetten naar Bouws.

En wat is er van je novelle geworden? - Ik las bij Gr. in het U.D. een stukje, overgenomen uit Opw. Wegen, en dat bevatte: jeugdherinneringen van W.A.P. Smit aan jou, uitgesproken in een lezing die hij te Bandoeng hield! Prachtig, niet? Dat je den naam Nugae vond, en toen al was zooals je nu bent, en dat je op je 19e jaar al een merkwaardig stuk geschreven hebt, geheeten Gesprekken met de Maan. Naar dit laatste ben ik nu zéér benieuwd; kan je het me bezorgen?

En nog iets: Greshoff wil een bloemlezing maken van 100 gedichten, van dichters na Boutens (en van ieder één); daarom liefst langere gedichten. Hij vroeg me iets uit Adwaita, maar ik heb de tekst niet hier. Jij hebt die bundels toch; zou jij voor Gr. willen overtypen het lange gedicht, in deel II, in de afdeeling die door Vic zoo geestig ---- is betiteld (zie verantwoording achterin!) en dat ook geen titel heeft, maar beschrijft hoe Adwaita naar de geboorteplaats gaat van zijn gestorven vriendin. Pas op dat je niet te vroeg ophoudt, want het wordt telkens door wit onderbroken, geloof ik (of door sterretjes) en zonder titels werkt dat verwarrend. Het is nogal lang en heel goed en absoluut niet ‘puur’; wil je dat dan met bibliophielen-correctheid overtypen en Gr. opzenden? Dank; en van hem komt er nog wel een dankje. Hij vroeg me het je vooral nù nog te vragen. Schrijf je me nog voor Dinsdag a.s. = 26?

Groeten van Vestdijk en aan Truida, een hartelijke hand van je

E.

 

Prachtig dat je Moeder mij nu bezitten wil! Is Bep daar schuld aan?

 

P.P.S. - Ik zou haast vergeten je geluk te wenschen met je oom-schap. Moge Ant je eerlang een nog intiemer trots leeren kennen! - ik bedoel: onderwijzen te kennen.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie