Menno ter Braak
aan
E. du Perron

Zutphen, 25 augustus 1932

Zutfen, 25 Aug. '32

 

Beste Eddy

Het was me een waar feest, na zooveel dagen zwijgens weer iets van jullie te hooren; ik begon me al eenigszins ongerust te maken. Ik hoop, dat als je dit episteltje krijgt, de huiszoekerij geslaagd zal zijn!

Inmiddels maakte ik Dumay af en gisteren zond ik het manuscript aangeteekend naar Gistoux. Het zijn 253 pag. geworden; het laatste hoofdstuk vloog eruit en komt mezelf voor, het beste te zijn. Overigens heb ik nog geen afstand kunnen krijgen. Volgens Ant is het veel beter dan Hampton Court; ik zelf kan wel zien, dat het minder ‘kaal’ is, maar voor de rest wacht ik eerst af, tot er tijd tusschen schrijven en overlezen is gekomen. Jullie zult wel zoo spoedig mogelijk over je indrukken berichten, denk ik? Ik ben er erg benieuwd naar; als ik weet, wat Ant, jij, Bep en Wim ervan zeggen, heb ik zoo voor mijn eigen gevoel wel in de gaten, wat het ding ‘is’.

Nu zit ik een beetje uit te blazen in Zutfen; heb nog even de Rembrandt-tentoonstelling gezien, maar wensch tot het begin van de school (6 Sept.) voorshands niets meer te doen.

Gisteren kreeg ik de proeven van het Démasqué, ook je voorrede. Heb jij ook een proef daarvan ontvangen? Ik veranderde in mijn text zoo één en ander, niet bijzonder veel, maar het geheel beviel me nog wel. Niet overal, er zijn te ‘geleerde’ plekken in, die er niet uit kunnen, zonder de conceptie van het geheel te verstoren.

Ik wacht nu eerst op een levensteeken uit Gistoux. Schrijf tot 3 Sept. nog maar naar Eibergen. Wij gaan er morgen weer heen. hart. gr. voor jullie beiden je

Menno

 

De brief van v. Wessem heeft inderdaad een raar luchtje; het uitspelen van mij tegen jou is ook slecht gekozen, en de ‘tegenaanval’ op Coster is belachelijk! Het verbaast me steeds weer, dat een man, van wien men altijd zulke petieterige dingen merkt, als v.W., een toch niet dom boek kan maken als Een Vuistslag! Overigens moeten we in Sept. snel uitmaken, wat er met dit verhaal gebeuren moet. Allicht, dat wij (M., jij en ik) het uitmaken!...

 

Wil je het ms. van Dumay, als jullie het beiden gelezen hebt, aangeteekend doorzenden aan Bouws?

 

N.B. Ik heb aan de voorrede natuurlijk niets veranderd. Denk daarom ook aan de punten, die er weer ten onrechte in zijn gezaaid!

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie