Menno ter Braak
aan
E. du Perron

Rotterdam, 15 november 1932

R'dam, 15 Nov. '32

 

Beste Eddy

Hierbij het stukje over Salverda (met een ander commentaartje); ik heb het kort gemaakt, want de man is werkelijk zeer onbenullig en alleen als symptoom wel even signaleerenswaard. Ik legde vooral den nadruk over zijn bêtise over Multatuli, zooals je ziet; deze man wordt weliswaar voor ons een monotoon symbool, maar in vredesnaam, het is dan ook een man, die zijn symboliek waard is.

Ik zit te werken aan mijn hoofdstuk over de intelligentie, waarbij ik uitga van de geschiedenis van mijn intelligentie. Dit met een inleiding over de bescheidenheid in de litteratuur. Ik tracht den toon van I te blijven vasthouden. Binnenkort stuit ik ook op de quaestie intelligentie-‘vent’. Ik zal dan een verduidelijking van het ‘ventisme’ moeten geven, waarbij ik Lawrence ook hoop te gebruiken. Ik las n.l. op het leeskabinet de brieven van Lawrence, die erg goed zijn, vooral sympathiek. (uit een brief van L. aan Huxley: ‘Not that I care much whether people are intro or extra or anything else, so long as they're a bit simpatico’). De controverse Lawrence-Huxley komt er goed in uit. Ik heb het boek, hoewel het duur is, gekocht. Verder las ik in Apocalypse, dat te zeer van Nietzsche geleend is om erg indruk op me te maken. Maar Lawrence is zeker iemand, die aardiger is dan hij schrijft. Ook over Lady Chatterley staan in de collectie alleraardigste brieven! - De heele vraag, of Huxley 1e of 2e rangs is, kan een temperamentsquaestie worden. Intelligent is hij zeker, zijn gemis aan ‘ventisme’ moet ik tot op zekere hoogte toegeven. Toch is me het heele probleem nog niet volkomen duidelijk. Ik krijg misschien ineens een ingeving, waardoor ik de verhoudingen beter zie.

Je rol als operacomponist naar Poesjkin lijkt me een curieus geval! Hoe doe je zooiets? Moet jij naar Bob luisteren of luistert hij naar jouw aanwijzingen? Maar het gegeven lijkt me geschikt voor een operatext! Ik zwijg er verder over, maar wil graag bij de première tegenwoordig zijn.

Ik moet binnenkort le petit Ami lezen, want je wedden op dit paard maakt me langzamerhand enorm nieuwsgierig! - Dat wij zelf, met intelligentie, temperament en al, opeens in de kou kunnen staan, is waar; ik voel dat ook zoo, en ben bezig de intelligentie als vorm van domheid te rechtvaardigen. De vraag wordt voor mij: welke domheid dienen wij door intelligent te zijn? Of: welk aandeel in het leven willen wij veroveren, door over de dingen strijdbaar te denken? Dat wij ons qualitatief van de domooren zouden onderscheiden, is natuurlijk onmogelijk. Waarom ook? Het zou weer een nieuw ‘uitverkoren volk’ opleveren, en ik wil toch niet in een Gideonsbende!

Waarom Greshoff Stols niet als uitgever wil, heb ik nog niet begrepen. Heeft hij daarvoor financieele redenen? Maar ik zal hem er nog nader over schrijven. - Ik heb Naakte Waarheid doorgelezen. Iets zoo smerigs en taai-vervelends, dat ik het opgaf. Ant heeft zich na lezing van onder tot boven (letterlijk!) gewasschen. De Zondaar is hierbij vergeleken een zuiver apostolaat voor vrije zeden. Ik heb Zijlstra in onverholen termen laten weten, wat ik van zijn onzindelijke cliente dacht.

Ik ben ook tegen v.d.B.'s gedicht. Het is zoo absoluut Greshoff in toon, dat het een middelmatige Greshoff zou kunnen zijn. In dat geval zou ik voorgestemd hebben, nu ben ik positief tegen. We behoeven bloed en engelen niet te vervangen door een epigonisme van aardsche beschrijvingskunst! Groet Bep hartelijk, een hart. hand van

je Menno

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie