E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Parijs, [2 februari 1933]

Parijs, 2 Febr.

 

Beste Menno,

Ik schrijf je uit de Bibliotheek; vandaar dit rare papier. Gisteravond schreef ik je een brief, maar vanmorgen, doordat ik er iets onjuists in had gezet dat te maken had met een opinie van Bep, werd die brief weer verscheurd. Het komt er nu op neer dat Bep je zelf wel eens schrijven zal wat ze op het hart heeft (het gaat over mijn ‘pernicieuze invloed’ op jou, d.w.z. op geschriften van jou), en dat ik mijn deel hier nu afdoe. Maar dit deel is gering: ik geef het ‘uitboren’ nl. op. Als mijn opvatting van de vriendschap tot ‘persoonsvergoding’ leidt, dan versta ik mezelf blijkbaar niet; maar dat vind ik nu ook best.

Een volgende keer over wat anders - ik behoor mezelf nu maar een paar uur per dag toe, en dan nog!...

Geloof me steeds hartelijk je

E.

 

Je moet Frank Harris lezen door Hugh Kingsmill (Jonath. Cape). - Verder de heibel over Lawrence door Murry, Mrs. Carswell en nog een.

 

Dit is een grappige man: schrijver van Chardons Nancéiens ou Prodrome d'un Catalogue des Plantes; heetend le Dr. Hussenot (1835). Onder zijn naam, op het titelblad, heeft hij gezet:

‘Qui N'est rien, Pas Même médecin; membre d'Aucune acad., corresp. d'Aucune soc savante; qui N'est Ni de la soc. royale des sciences lettres et arts de Nancy, Ni de la Soc. centr. d'agricult. de la même ville; Pas plus de la soc. d'émulation des Vosges Que de celles philomatrique de Verdun, Ou d'Aucune de celles de Metz; directeur d'Aucun jardin public ou particulier; conservateur d'Aucune collection, autre que la sienne, qui se mange des bêtes; rédacteur de Rien Du Tout; enfin, Simple Citoyen comme tout le monde, hors qu'il N'est Pas décoré.’

Hij ging door voor getikt. Wschl. was hij het ook; maar hij lijkt mij nog veel meer gedégoûteerd.

Zijn voorrede luidt zoo:

‘Il n'y aura que les sots qui ne me liront pas: car mon oeuvre est plutôt philosophique et morale que botanique; je me sers de la Botanique pour éclairer la Morale, et j'emploie la Morale à perfectionner la Botanique.’

Ik doe hierbij nog een gedicht van een anderen Dokter, le Sieur Du Four, dat mij eigenaardig verwant lijkt aan de Iris van Perk. Dat Perk The Cloud van Shelley kende is zeker, maar kende hij ook dit gedicht???

Is het niet iets voor panopticum?

(Stuur mij het gedicht terug.)

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie