E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Bellevue, [21 september 1933]

Bellevue, 21 Sept.

 

Beste Menno,

Gelijk hiermee zend ik je een stuk in D.G.W. over Spengler. Het kan zijn dat Kr. zich vergist (dat is zelfs zéér wel mogelijk), toch lijkt die verkapte polemiek van Sp. mij laf en hoogst antipathiek. Nietzsche zou hem hiervoor de rug hebben toegedraaid. Ik ga nu Bertram lezen over N., dan zijn brieven, als die komen, dan alles. Ik ben nu zóó onder den indruk, dat ik het gevoel heb dat niemand rijp is voor hij door Nietzsche is gegaan, voor hij die ‘Moed tot Waarheid’ in zijn bloed heeft voelen opnemen. Ik ben woedend en verslagen tegelijk over de botte, voortgezette miskenning, grootendeels voortspruitend uit zucht tot ‘slagen’ (als bij Rohde, die hem eigenl. een mislukkeling vond) en uit geestelijke lafheid. Ik blijf meer houden van Stendhal, maar N. is voor mij misschien wel de bewonderenswaardigste mensch die er ooit bestond. Ontmoedigend - en daarna toch weer aansporend - bewonderenswaardig. Multatuli is inderdaad een kleinere Nietzsche, maar als zoodanig ook nog zeer ‘eersterangsch.’ - Ik zend je ook nog een stuk over het dagb. v. Van Eeden; zou je dat dagb. niet koopen of ter recensie vragen en er een goed stuk over schrijven? dat lijkt mij absoluut iets voor jou. Voor Vaderl. lijkt de keus van Galgenlieder Bep en mij vreemd; waarom niet Spengler? Wanneer wordt het lot v. Forum beslist? Dank voor het citaat. Hart. gr. je

E.

 

Bep laat vragen of je zeggen kan waar Nietzsche over Gobineau heeft geschreven. Het is voor haar stuk over Les Pléiades.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie