E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Parijs, [15 december 1933]

Parijs, 15 December

 

Beste Menno,

Een paar dagen geleden werden wij opgezegd door de Locale Pers. Onze brieven vonden niet genoeg waardeering, weshalve de vergadering besloot een journalistieker correspondent te nemen. Dat scheelt ons fl. 50. 's maands.

Het gaat dus werkelijk voor ons spannen. Bep is Maandag a.s. in Holland; als je wilt kan je haar dus vóór Kerstmis nog spreken. Ik kom Zaterdag over 8 dagen, dan ben je dus wel weg; maar laten we probeeren elkaar in ieder geval vóór Nieuwjaar nog te zien. Of blijf je tot na Nieuwjaar weg?

We zijn nu bezig ‘vooruit te werken’ voor de krant; ik ga daarmee nog door als Bep weg is.

Ik neem voor je mee: het einde van ‘Indië’. Ik weet nog niet hoe ik het geld voor het overtypen moet vinden, maar soit. Ook van Simone en Gille heb ik vervelende berichten; dat worden ‘gevulde’ dagen in Brussel, dat is zeker.

Enfin, de rest mondeling.

Als je de verhalen tòch plaatst, of anders Liaisons of Hamlet, laat de proeven dan zenden naar Kon. Wilhelminalaan 19, Voorburg; vergeet dat niet! In ieder geval is dat het beste.

Tot ziens. Je

E.

 

P.S. - Misschien kan ik het zoo schipperen dat ik Zondag met Bep meega naar Brussel. Zij gaat dan Maandag door, en ik bv. Donderdag. Ik ben dan 21 dezer in Den Haag; zoonoodig 20. Zie ik je dan nog?

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie