Menno ter Braak
aan
E. du Perron

Den Haag, 4 maart 1934

den Haag, 4 Maart '34

 

Beste Eddy

Hoewel ik nog geen antwoord heb om mijn eerste brief naar de rue Erlanger, wil ik je toch vast even bedanken voor de alleraardigste Chamfort-deeltjes! Een veel beter editie dan ik hier had; ik zat er vanmiddag in te lezen, gemengd met Stendhal's Mémoires d'un Touriste, dat uit de bibliotheek van Beversen heb gekocht bij Boucher. (bij wien sedert gisteren de Forum-expositie is). Onmiddellijk ben ik weer onder de bekoring van die manier van schrijven, de eenig-mogelijke. [Die erkenning wordt bij mij steeds positiever, na het genot b.v. van Jef Last en Szekely-Lulofs. Wat een boeken, wat een energie om ze te maken!] In welke variaties dan ook. Zijn oordeel over Diderot kwam ik hier tegen: volkomen juist en in alle details precies correspondeerend met diens werk. - Eergisteren het stuk voor de Sammlung afgekregen over Geist und Freiheit. Poging om de rhetoriek van die begrippen bij de emigranten te vergelijken met die van Hitler en Rosenberg.

Ik stel voor op Kuyle niet te reageeren. Tenzij jij het alsnog doen wilt. Deze ‘jongheid’, merk ik hier overal, smaakt zelfs den gemiddelden Nederlander seniel. Dus lijkt mij het op zichzelf aardige mopje met het colophon wat veel eer voor dezen sinjeur. Hij laat in zijn Nieuwe Gemeenschap door een satelliet ‘Janus’ vreeselijk op jou schelden, deze maand. Sympathieke baby.

Ik corrigeer P.z.P., ben er bijna doorheen. Het bevalt me bij herlezing wel, al moet ik toegeven, dat er in II herhalingen voorkomen. Enkele fragmenten zijn werkelijk goed geschreven, zooals Stendhal het zou eischen, geloof ik. Er zijn ook vele plaatsen, die nog te ‘cryptisch’ klinken. Dat is iets, dat ik heel moeilijk kan afleeren blijkbaar. Wat moet er van dit boek in Holland worden? Daar heb ik geen flauw idee van. Ik denk, dat Anton den Brabander er zeker zeer scholastisch en eigenwijs over zal schrijven.

Inmiddels las ik ook Marsman's novelle. Allerbelabberdst (helaas!), volgens mijn meening. Jammer, erg jammer. Ik hoopte op iets goeds van hem. De reis in Spanje schijnt hem niet van zijn Angèle-complex af te helpen. Het is altijd nog de metaphysica van den lady-killer, die geen lady-killer is, omdat Jany hem daarbij den preektekst levert. Maar ik hoop erg, dat Vestdijk en Vic er voor zijn. Het zou me spijten, als het niet in Forum kon (voor H.), maar het is toch wel heel slecht. Laten we zeggen, dat jouw Wat Stendhal noemt energie de ‘romantiek’ geeft, die Henny zoekt en absoluut verpest door zijn humorlooze, quasi-platonische juffrouwen-mystiek.

Gisteren toevallig met Henri Mayer uitgeweest (Ant was er ook bij). Een beste vent, maar een handelsreiziger, wat zijn geestelijk peil betreft. Hij was na een paar borrels werkelijk verdomd flauw en bovendien snobistisch litterair, en bracht ons geheel onverhoeds in een ‘artistencafé’, waar een uitschot van ‘Kring’ en ‘Oase’ samen zich ophield. Het was mij bijna onmogelijk er even te blijven zitten, maar de goede Henri was dol op deze lieden (o.a. de broer van Jany en Annie de Meester zaten er bij; de eerste is een kwal van de onbenulligste en ergste soort). Dit verhaal niet ten ongunste van Mayer, maar als voorbeeld van de degeneratie, die een uitmuntende, geschikte kerel door dat kunstgedoe kan opdoen.

Verder gisteren den ongetwijfeld domsten auteur van Nederland ontmoet: G. van Hulzen. Onbeschrijflijk. Bovendien vol haat en nijd.

hart. gr. je

M.

 

in haast, Zondagav. tusschen andere correspondentie door

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie