E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Parijs, [20 april 1934]

Parijs, 20 April.

 

Beste Menno,

Kan je niet gedaan krijgen dat mijn vertaling van Landor's Higher and Lower Classes in Italy (via Larbaud) als feuilleton in Het Vaderland komt? Het is maar een lange novelle - in brieven - 31 blzn. MS. Een kleinigheid zou ik er wel voor willen hebben. In 4 of 5 nrs. is het, denk ik, wel afgeloopen. Of kan je er iets anders op vinden: Zondagsblad of zoo? - Mijn titel is: Serena. Mooi?

Als je er iets mee doen kunt, zal ik het je zenden. Het is geweigerd door Coenen voor Gr. Ned. en naar De Gids kan ik het nu niet meer zenden. Misschien naar J. Engelman voor De Nwe Eeuw - maar ik wou liever eerst probeeren bij onze dagelijksche-brood-krant.

‘Points d'ignition’ hoef je niet meer voor me te vragen. Wèl graag dat ‘bord’ - ‘tableau d'appel’.

Hart. groeten van je

E.

 

Schrijf je me, als je Last gesproken hebt? Zeer benieuwd naar de ontmoeting en het resultaat. - Je stukje over Die Samml. was best. Van Defresne kwam een typisch-Amsterdamsch ploertigheidje als reactie op mijn stuk bij Mann binnen, die het mij doorzond met verzoek te antwoorden; wat ik per keerende post met de onmisbare portie verachting gedaan heb. Liefst had ik een persoonlijk schrijven gericht aan dezen droevigen kringfiguur. Maar bah. Het was weer Holland-op-z'n-geweldigst.

Wij gaan 4 Mei naar Grenoble, waar 5 Mei een Stendhalmuseum geopend wordt. Daarover ga ik een mooie brief pennen voor onze krant! Ieder heeft zoo zijn pelgrimstochtje: Slauerhoff ging naar Roscoff bij het graf van Corbière, jij bij den steen zitten van de eeuwige terugkeer, ik ga de jeugdvoetstappen drukken van Henri Brulard. Wat een mystici en wat een geloovigen toch!

Ik schrijf dit tusschen het vertalen door, en kan niet ophouden met zwammen - alleen maar om niet meer aan dat andere schrijfwerk te moeten. Mijn handschrift is, geloof ik, totaal bedorven sinds ik zooveel per dag schrijf; ik heb tenminste soms het gevoel dat mijn pennen weerbarstige stokjes zijn: half-staal-half-lucifershout aan de punt.

Querido doet erg voorwaardelijk met zijn nieuwe propositie. Ik krijg die fl. 1000. àls Ducroo hem bevalt en àls hij De Smalle Mensch wil uitgeven. Er staat nu letterlijk niets meer vast. Zoodra ik de drukproef van Liaisons heb, stuur ik hem het 2e stuk van mijn essaybundel; het is vervelend dat die proef weer zoolang uitblijft!

Nu ditmaal echt de verwrongen schrijfpoot.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie