Menno ter Braak
aan
E. du Perron

Den Haag, 11 november 1934

den Haag, 11 Nov. '34

 

Beste Eddy

Je vertaling van Malraux in band kwam aan; daarvoor hartelijk dank, in het bijzonder voor de opdracht. Ik las er wat in, had hier en daar bezwaar tegen je vertaling, maar over het algemeen geloof ik wel, dat je den toon hebt weten te behouden. Toch: wat vervelend, dat zelfs dit ‘calenderlijke’ boek in het Nederlandsch eenvoudig door het thema en de woorden telkens aan Eroïca doet denken! Waarschijnlijk omdat er hier alleen maar beroerde revolutieromans zijn geschreven. Ik zal de uitgave deze week zoo opvallend mogelijk aankondigen. Hein kreeg ook een ex.; mijn ingenaaid zend ik dus aan Gans. (tusschen haken: Endt heeft, antwoordend op de enquête, op een bepaald misselijke manier wraak genomen op Gans, vanwege zijn stukje over de WB. in Forum. Je zult het wel lezen).

Gelukkig, dat je met de bespreking van De Sm. M. zoo volmondig kon instemmen! Ik had zelf ook wel den indruk, dat ik er in geslaagd was mijn weerstanden ten opzichte van de krant te overwinnen en een tamelijk goede synthese van het geheel te geven. Ik had ook allerlei onderwerpen kunnen aanroeren, maar dan was de synthetische strekking verloren gegaan en het stuk zou aan propagandistische kracht hebben ingeboet. Dat het ook ‘commercieel effect’ had, schreef ik je al. - Vestdijk is door Vic tot medewerker voor poëzie en aanverwante zaken in de N.R.C. aangesteld en debuteert spoedig met de bespreking van De Smalle Mens. Ik las het stuk, dat hij mij vanmorgen liet zien. Het is m.i. weer typisch de scholastische kant van Vestdijk, zonder eigenlijke overtuiging en au fond toch specialistisch-gereserveerd. Volgens hem culmineert het boek in het stuk over Hamlet, wat mij pertinent onjuist lijkt. Maar in ieder geval is zijn bespreking beter dan een ev. lulstuk van Anthonie, die in het laatste Bulletin De Slinger van den Tijd, een infaam prul, verheerlijkt. Godgeklaagd gewoonweg; ik heb het in Het Vad. vermoord. (Het is overigens al uitverkocht, vanwege de zedelooze passages denk ik). - De brief van Joost Enquette is vuil. Ik begin hoewel geheel ongemotiveerd, Zijlstra weer meer te waardeeren. Van dergelijke kleine koopmanspractijken heb ik met hem tenminste nooit last gehad; ook Forum pakt hij voor 1935 weer royaal aan. Maar dit nog: ik heb van Querido nooit een berekening van de kosten ontvangen en ben dus juridisch niet te vangen, gesteld dat hij mij oplichten wil, in Nov. '35. Ik vertrouw hem niet erg meer, dezen kleinen zakenman. Dat hij de eindjes bij elkaar houdt is zijn goed recht, maar deze wegerij riekt bedenkelijk naar een anaal karakter. De gierigheid met de recensie-exemplaren wijst ook in die richting. Ik kan momenteel niet bij Hein navragen, of hij zijn ex. heeft ontvangen (voor zoover ik weet kreeg hij het niet, want ik gaf hem dat van de krant), want mijn telefoon is stuk en ik zie hem pas morgen.

Nu nog iets. Waarschijnlijk geeft Boucher in Folemprise een bundel essays van mij uit, in het voorjaar. 15 vel, zelfde uitgave en prijs als de gedichten van Jan. Ik moet nu dus een selectie maken, en een titel vinden. Met beide zit ik verlegen. Ik neem natuurlijk in de eerste plaats de groote essays uit Forum, dan het stuk uit Die Sammlung, Dionysos en Pentheus uit De Gids. Maar verder? Panoptica? Welke? Hier wil ik streng schiften. En dan rest nog wat ik in de N.R.C. en Het Vad. heb geschreven, waarvoor de selectie natuurlijk nog tienmaal strenger moet zijn. Nu wou ik je dit vragen: zou je mij een lijstje willen sturen, geverifieerd aan de Forumjaargangen en je geheugen, waarop de stof, die volgens jou in aanmerking komt? En - als je een idee hebt - een titel! Ik heb gedacht aan Studies in Schaduw, maar dat is me te aesthetisch. Bij voorbaat dank! Het kan, dunkt mij, een heel aardig boek worden, maar de selectie moet goed zijn; en denk ook aan de 240 pagina's maximum.

Wegens de werkelijk exorbitante drukte aan de krant deze week (ik moest o.a. naar A'dam om Körmendi te interviewen, die een zeer geschikte, maar weinig origineele man bleek), heb ik Last nog niet gelezen. Daarover dus nader. Van het novellennummer komt voorloopig niets, omdat Zijlstra met het Dec. nummer reclame wil maken en daarvoor liever een gewoon samengesteld exemplaar heeft. Mocht je dus je Sowjet-notities al klaar hebben, stuur ze dan in ieder geval omgaand! Ik kan ze dan misschien nog meenemen. In ieder geval neem ik nu je twee panoptica mee.

De reactie van Last op D.S.M. zegt mij weinig. De heele man zegt mij weinig. Als hij ‘het goede’ wil, wil hij het toch hoofdzakelijk om zijn leidersinstincten te kunnen uitleven. Dat hij zelf onder de ‘jongens’ toch ook een breiende juffrouw blijft, ontgaat hem blijkbaar en daarmee het geheele probleem. Last heeft trouwens, hoor ik, De Kom ‘verboden’ met Gans te spreken, omdat deze ‘geïsoleerd moest worden’, krijg je geen lach-kramp?

hart. gr. 2 × 2 je

Menno

 

Ik laat je morgen 5 Vaderl. sturen.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie