Menno ter Braak
aan
E. du Perron

Den Haag, 24 maart 1935

Den Haag, 24 Maart '35

 

Beste Eddy

Ik heb nu ook de laatste bladzijden gelezen van Ducroo; de proeven gaan per gelijke post retour. Tot op het laatst toe weet ik niet precies wat ik er over zeggen moet, omdat ik geen overzicht en dus geen totaal-indruk heb van het geheel. Dat is een belemmering voor mijn oordeel, want ik heb absoluut geen talent om, zooals Vestdijk, detailcritiek te geven; daarvoor ben ik te zeer overtuigd van het betrekkelijk goed recht van elke constructie in woorden. Veel notities van V. lijken mij wel verbeteringen, omdat zij... detailverbeteringen zijn; aan het geheel is niets te verbeteren, omdat het representatief is voor een bepaalde manier van ‘eerlijkheid’. Het ‘open einde’ is zeker in dezen samenhang het beste; en of de appreciatie van V. over de drie laatste hoofdstukken juist is, betwijfel ik ook. Wat hij ‘haastig’ noemt, is zeker een essentieel element van den stijl van dit boek; en het ‘haastige’ eruit te werken lijkt me principieel onmogelijk en fout. Mijn oordeel kan pas komen, nadat ik Ducroo van de eerste tot de laatste bladzijde achter elkaar heb gelezen; want alles hangt er van af, of je protest tegen den ‘geacteerden’ roman, deze vorm van ‘eerlijkheid’ zonder poging tot liegen, d.w.z. styleeren, het effect heeft, dat er bij hoort.

In ieder geval is de ‘eerlijkheid’ zoo evident echt, dat mijn moeder erg boos geworden is na lezing van het Wijdenes-fragment in Forum, omdat je mij geheel natuurgetrouw ‘volgt’, en dan de scene met Otje plotseling aan de familie van Emden ontleent. Die reactie is wel merkwaardig: iemand (een gewone lezeres, die toevallig van de feiten op de hoogte is) voelt dit onwillekeurig als een leugen, en mijzelf ging het ook eenigszins zoo, toen ik over Otje las. De methode verdraagt zulk een inlasch eigenlijk niet, de authenticiteit krijgt in dit boek bijna het karakter van historische ‘waarheid’. Natuurlijk is dit iets, dat den anderen lezer ontgaat, en ook ontgaan mag, maar voor de beoordeeling van de structuur van Ducroo is het toch wel curieus. (Ik laat nu daar, dat mijn moeder zich gekrenkt voelt door dat lezen aan tafel, dat voor haar gevoel natuurlijk weer absurd ‘overdreven’ is van die van Emdens!)

Voor mijzelf zal het hier op aankomen: zal ik na lezing van den geheelen Ducroo voortaan het liegen in de kunst volledig verwerpen of juist weer extra gaan beamen?

Er schijnt eindelijk kans te zijn op een nieuwen filmcriticus, zoodat ik volgende week vrij zou zijn van bioscoopbezoek. Ik hoop, dat het nu ernst is, want ik kan geen papier meer zien. Dan is er misschien ook kans op Parijs.

Anthonie heb ik getracht zoo doelmatig mogelijk te grijpen. Je zult het in het volgende Forum wel lezen.

Morgen Anvers. Daar kan het heele Forum natuurlijk in diggelen gaan. Het beste lijkt me, dat ik aan het eind van het jaar uit de redactie ga en dat zoowel jij als ik voortaan medewerkers zijn, zonder eenige verantwoordelijkheid voor de leiding. In ieder geval is Virginia voor alles zeer geschikt als proefsteen van gezindheid. Ik schrijf je spoedig na dien vergadering.

hart., in haast je

Menno

 

Mag ik onbescheiden zijn en en passant naar de toekomstige ‘kraam’ informeeren?

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie