E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Ond. Proempang, 25 maart 1937

Ond. Proempang, 25 Maart '37.

 

Beste Menno,

Ik heb de volstrekte zekerheid dat de brief terecht is gekomen, waar ik dacht. Ik schreef Jan er al over, maar over Bandoeng naar hier reizend, heb ik details vernomen. Ik durf die hier gewoon niet meer opschrijven, omdat ik, om ook voor jou precies te zijn, namen zou moeten noemen en wie weet of ook deze brief niet onderwerp van een ‘steekproef’ wordt. De praatjes van al die troostende post-autoriteiten enz. zijn dus praatjes. Maar enfin, het is nu zoo; laat ons er niet verder over treuren. Ik heb zelf een rotgevoel tegenover D., juist om alle reserves, die ik er, vooral met het oog op jou, d.w.z. om jou niet te misleiden, in heb aangebracht; het is mij nu net of ik aanbrengertje gespeeld heb en mijn eigen stoepje schoongewasschen. Van uitgave van het boek is nu natuurlijk geen sprake meer [Bovendien was er toch al geen kans op, dus erg is dit heelemaal niet.], want de andere kant is volkomen op de hoogte. (Dit was een inktvlek).

Je philosofische verklaring van mijn tegenzin in ‘gewone menschen’ las ik met veel belangstelling; al was 't alleen maar om het verschil met de reactie van Jan, die er Justus van Maurik in proeft (in mijn ms.). Nu neem ik aan dat dit ms. dus heel slecht is, veel te lang, onbeduidend, gegeven de kakkerlakken die ervoor ‘poseerden’, maar Justus v.M. is het niet, om de beteekenis al niet. Maar jij zoekt er te veel achter. Après tout is het een klachtenboek over 30 dagen gedwongen samenzijn met dit soort vee. Maar dat ik een post onder hen aanvaard, zal ook wel moeten. Er is één belangrijk verschil: in het ‘leven’ kàn je ze een behoorlijk aantal uren per dag ontgaan, op een boot niet, tenzij je vlucht in een broeierige hut. Daarom alleen is Jan's woordspeling 1o deel al niet erg juist, want het zou zijn: de boot van herkauwen. Wat het 2o deel aangaat, ik zou de minder juistheid van deel 1 voor lief nemen, als deel 2 juist niet zoo onbeschaamd gejokt was. Jan en het land aan herkauwen? Goeie hemel, dat hebben we tot in zijn poëzie kunnen merken!

Ik begrijp overigens niet waarom je (jullie) absoluut een voortzetting van Ducroo wilt zien in dit scheepsjournaal. Het is, àls je 't zoo wilt zien, dan nòg geen herkauwen, maar juist nieuw voer, nieuw vee! Ik zal me nooit aan dit vee wennen, zooals je terecht zegt, nooit opgewekt - begrijpend erover schrijven. Dus zal mijn boek over Indië, als dat nog verschijnt, ook vol van deze reacties staan, bereid je daar maar op voor. Iets anders zou liegen zijn. Het eenige wat ik kan doen is: afwisselen met aangenamer zaken. Maar op de boot ging dat slecht.

Ik schreef je net een lange brief over mijn ‘ambts’-mogelijkheden. Ik wacht ook nu weer af. Op 't oogenblik zitten we (tot begin April) bij Adé Tissing op een rubberonderneming boven Pekalongan, maar van hier ga ik naar Batavia en daar begin ik weer onvermoeid baan-te-jagen. Ik vrees dat ik het Dept. van B.B. niet krijg, ook al om die brief, als die geproduceerd wordt. Toch zou ik tot geen ‘verraad’ in staat zijn, van het oogenblik af dat ik in zoo'n dienst zou zijn; maar ga dit uitleggen aan de lui die er zich mee bezighouden. Enfin, vroeger of later vind ik toch iets; in afwachting werk ik. Ik heb eig. nog geen moment stil gezeten en studeer 10 ‘javaansche’ dingen tegelijk. Die Mult.-historie is een tegenvaller; maar wat mij het meest getroffen heeft is de onaardige manier van reageeren van Jan; zooiets van: weet je niet dat Saks een veel grooter naam heeft dan jij, mannetje? nou en Dié krijgt zijn Mult.-studie niet eens gedrukt, dus stel je er maar niets van voor! - Dat doe ik dan ook op slag. Niets meer. Geen enkele zaak wordt zóó gewonnen; dus niets inderdaad! Ik wacht af wat Q. antwoordt, zal als het niet met hem lukt, hier in Indië probeeren (bij Kolff of Nix), en als dat ook niet gaat, jou het ms. sturen, maar Jan wil ik er in géén geval verder mee lastig vallen. Ook moet ik vóór alles bericht hebben (v/h Mult. museum) over dat dokument.

Binnenkort wordt het porto van luchtpostbrieven ‘gelijkgeschakeld’ met gewone postprijzen. Dat wordt dan heel wat goedkooper voor ons. Ik schrijf vooreerst niet meer, want er zijn nu wel 3 (of 4) brieven naar je, waar ik nog geen antwoord op heb. Het beste, veel hartelijks 2 × 2, van je

E.

 

P.S. - Kan je ook nagaan welke andere brief van mij is weggeraakt? Wat stond daarin? Ook wat over de N.S.B. hier?

 

P.S. Wil je ervoor zorgen dat mijn Scheepsjournaal aangeteekend terug wordt gestuurd? Hetzij door Jan (wien ik erom schreef), hetzij door jou, als het bij jou ligt? Dank.

 

Brieven als deze laatste van je hoef je niet aan te teekenen!

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie