E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Tjitjoeroeg, 30 april 1937

Tjitjoeroeg, 30 April '37.

 

Beste Menno,

Ik was van plan om vanavond nog dat stuk te schrijven over den regent van Serang (Djajadiningrat), maar 't lukt me niet. Ten 1o is er het koffer-pakken, maar 2o ben ik absoluut holhoofdig van Batavia teruggekomen. Gisternacht tuinfeest tot half 2; met de heeren Idenburg, zoon van den G.G. en zelf directeur v. onderwijs, Dr. Mansfeld, hoofd van statistiek, Rissink, autoriteit op het Dept. van B.B. en àls die bibliothecaris-historie daar doorgaat mijn toekomstige ‘chef’, en van Meeteren met nog iets ervoor, over 't algemeen vrome lieden, met hun mevrouwen. De goede Groeneveldt, die dit partijtje op touw heeft gezet om mij aan relaties te helpen (de braverd!), viel er zelf geheel buiten, was veel te veel ‘bohème’ [zegt hij zelf - hij is het met grijs haar maar een beetje in den stijl van Vic (zelfde langzame manier van gekke dingen zeggen en zoo)] om hierbij te hooren. Hij had gezorgd voor verrukkelijke pâté de foie gras in dril (aspic) en kip zooals je er geen betere wenschen kunt; daarbij bowl. Tot verdere beschrijvingen ben ik niet in staat. Gogol was onuitputtelijk geniaal toen hij de formule ‘doode zielen’ uitvond. Hoe meer praktische lieden ik ontmoet, van die menschen die dan niet ‘weltfremd’ zijn, die ‘met hun beenen op den grond’ staan, enz., hoe onuitputtelijker ik die formule vind. Ik vrees dat ik niet - of geen voldoende - gebruik zal maken van de kennis die ik nu aan al deze lieden heb, en waar Gr. zich vanmorgen nog zoo op verheugde. Die Gr. heeft zich werkelijk opgeofferd, - althans voor 50%, want een zeker snobistisch genoegen heeft hij er toch wel aan beleefd. Bep en ik hebben na het gedoe kort en beroerd geslapen. Dat is een toegevoegde reden van holhoofdigheid.

Als er haast bij was, zou ik dat artikel toch nog maken, natuurlijk, maar die is er immers niet? Hierbij nog een stuk van Bep; je hebt er nu 3 van haar, en één drie-deelig artikel (over oudheden in W. Java) van mij. [Hopelijk geplaatst als deze ‘binnenkomt’.] Zoodra ik terug ben van de reis, maak ik den regent. Dit boek is nl. een soort unicum, en, hoezeer half-verpest ook (door een mevr. Diet Kramer, die ook met den een of anderen bureaucraten-opperhoofd getrouwd moet zijn en die er allerlei uit heeft gesneden omdat dat veiliger was - en om òf den auteur, òf het nederl. gezag, òf allebei in bescherming te nemen), het is werkelijk belangrijk. Ik wil er dus een goed stuk van maken, althans zoo goed ik kan. Daarvoor moet ik het dikke deel nog even op mijn gemak kunnen bevingeren, - de holhoofdigheid nu nog daargelaten, - en de tijd en het gemak ontbreken.

Morgen heel vroeg gaan we op reis; - we zijn van die groote reis terug (met God's hulp!), als je dezen ontvangt. Route: over Java naar Bali, ± een week Bali, dan terug. Ik laat me 2 × de post nasturen en hoop je dus op reis nog te lezen. Ik zou je boek over christenen aan de lieden willen geven van gisteravond. Ze hebben een soort gezellig christendom uitgevonden, waar joviaal verteld wordt van de doorgemaakte zonden; als ik niet oppas, denken ze dat ik er ook precies rijp voor ben. Ducroo is een moraliseerend geschrift, after all.

God-God, alles wat je aan die menschen vertelt - zelfs als je ze met de beste gevoelens nadert - voel je leugen worden eer het je bek uit is, en wat er dan nog aan waarheid over mocht zijn, is zuivere poep geworden als het bij hen terecht is. En te denken dat je misschien een leven door zou moeten maken met deze soort ‘rijpe geesten’ - niet-Weltfremden - alleen om, zooals dat heet, het hoofd boven water te kunnen houden! En toch, ik vind hen inderdaad nog zoo slecht niet. Idenburg bijv. is in zijn soort ongetwijfeld een flink, behoorlijk, wschl. intelligent iemand. Ongetwijfeld degene met èn de meeste eerlijkheid èn de meeste compactheid (in den goeden zin, ‘densité’). Alleen, iemand als Samkalden, die eig. een soort kruising is tusschen Bouws en Gino Antonini, begrijpt 100 dingen die al deze lieden tot hun doodkist toe niet vatten zullen, en met schijnbaar het grootste gemak.

Voilà. Schrijf, en hoop toch maar 't beste voor me. De reis althans is een schadeloosstelling en ‘verrukt’ ons, vooral Bep. Tegen 26 Mei zijn we weer op Bandoeng, dus 27 Mei ben ik hier terug. Hartelijke groeten voor jullie 2 van ons 2.

Je

E.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie