E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Bandoeng, 22 maart 1939

Bdg., 22 Mrt. '39.

 

Beste Menno,

Als je wist wat een oervervelend stadje Bandoeng is, zou je dààrom alleen al schrijven! Maar het schijnt een uitgemaakte zaak te zijn dat dàt niet meer gebeurt. Is het een inzinking? Ik zou er bang voor zijn als ik niet zeer goede en heldere stukken van je kreeg uit Het Vad. - In ieder geval, als uitwisseling van onze gedrukten de eenige correspondentie tusschen ons moet zijn, dan ga ik het zeker erg tegen je afleggen, want gelijk hiermee zend ik je mijn laatste bijdrage aan 't Bat. Nwsbl. Ik heb mot gekregen met den wd. hoofdred. die schrapte wat ik hem speciaal verzocht had niet te schrappen. Ik doe er een paar nrs. K. en O. bij, waarin een paar stukken die je misschien interesseeren (ik schrapte ze met rood potlood aan). Verder nieuws houd ik dan ook maar voor me. Van Niermeyer hoorde ik geheel toevallig dat je een stuk over Waakzaamh. geschreven zou hebben voor K. en O. If so, dan bij voorbaat mijn - en onze - hartelijke dank, maar ik zag het stuk nog niet èn hoorde er van jezelf ook niets van.

Misschien komt er iets van je, als deze kaart net de deur uit is. Maar ik reken er allerminst op.

Het ga je goed. Hart. groeten 2 × 2.

E.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie