Willem Bon
aan
Menno ter Braak

Amsterdam, 20 mei 1930

20 Mei '30

 

Amice

Die Pelster is een idioot.

Ik heb, kort nadat wij overeengekomen waren dat ik ‘Parijs’ weer in zijn oude toestand zou brengen, gevraagd wanneer ik de film zou kunnen krijgen. Ik meen dat ik dit aan P. Jr. zelf gevraagd heb, in ieder geval niemand ging er op in. Herhaaldelijk heb ik P. nog gesproken nadien, maar nooit een kik van hem vernomen over deze kwestie.

Het is werkelijk meer dan bar, dat hij, nu hij blijkbaar geld noodig heeft, dit op deze wijze tracht los te krijgen.

Dat hij verder de Liga aansprakelijk stelt voor de titelcoupures van The Pilgrim is ook er naast, want Franken heeft dat gedaan, ik heb er geen hand aan gehad.

Hoewel ik van meening ben dat Pelster niet in zijn recht is en het bestuur der Liga zich niet zoo voor de mal moet laten houden, ben ik bereid ‘Parijs’ te ontdoen van mijn eigen stukken (die ik Pelster best in rekening zou kunnen brengen!) en hem in een soortgelijke rotte toestand te brengen als waar ik hem in vond, mits ik alles bij mij thuis gestuurd krijg.

m. vr. gr. tt.

Willem Bon

 

Origineel: Amsterdam, EYE Film Instituut Nederland

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie