Briefwisseling Menno ter Braak - J.H. van Epen

J.H. van Epen
aan
Menno ter Braak

Delft, 3 oktober 1927

3 October 1927. Delft.

 

Zeer Geachte Heer ter Braak.

In de programma's, zoowel als op de convocaties van de A'damsche Film Liga verzoekt men ons de contributie geheel of gedeeltelijk vóór de komende voorstelling te voldoen. Edoch nergens vind ik een hernieuwde prijsopgave, terwijl de oudere berichten hun weg naar de vuilverbranding reeds aflegden. Kunt U mij uit die nood helpen?

Gaarne wil ik hieraan toevoegen dat de eerste matinee mij zeer heeft getroffen. Hoewel onmiskenbaar het werk En Rade de kenmerken van onze tijd draagt, en het verhaal zonder begin en ontknooping het vage-krachtelooze van zoveel modern werk in sterke mate vertoont, is toch hier iets bereikt dat de menschen laat zien wat een film wezen kan. Met Cavalcanti's enthusiasme voor de vrouwelijke vertolkster van de bakvisch rol kon ik het niet eens zijn. Voortdurend stoorde mij het masker, onwezenlijk als het was tegenover de meer realistische koppen van de tegenspelers, hoewel en profiel de kop wel het snibbig waanwijze en toch twijfelende vrouwkind weergaf. Bijzonder goed vond ik de Idioot, in bijna alle beelden, zeker niet het minst bij het wegduwen van de schuit. Het komt mij juist voor dat men als het ware verontschuldiging vroeg voor La petite Lily. Nog een enkele vraag: Is het niet verstandig dat de Liga een aanteekening maakt bij de recensie van deze eerste matinee in de Telegraaf (Zaterdagochtendblad 2 Oct)? De recensent heeft blijkbaar de oogenscenes van En Rade niet begrepen. Zou de man wel Fransch kennen? Bij voorbaat dank ik U voor de te nemen moeite.

Gaarne Uwe

H. van Epen

bouwkundig student

 

Studieadres Oranje plantage 39 Delft

Vacantieadres Moreelsestraat 35 A'dam (Z)

 

Origineel: Amsterdam, EYE Film Instituut Nederland

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie