Van de leestafel

Marie van Dessel-Poot, Visschers Voeren Uit. (C.A.J. van Dischoeck, Bussum.)

Onder de boeken, aan het Nederlandsche zeewezen en zeemansleven gewijd, is de roman van Maria van Dessel-Poot wel een van de beste, omdat de schrijfster op zeer eenvoudige, pretentielooze wijze haar verhaal vertelt. Wel is waar dringt zij niet zeer diep door in de [psyche] der visschers, maar zij doet ook niet alsof, en daarom leest men haar proza met genoegen.

 

Mevr. van Dessel-Poot beschrijft de lotgevallen van de Vlaardingsche visschers op de ‘Maria Magdalena’, Vl. 226; een schip als vele anderen, die uitgevaren zijn en uit zullen varen, één exemplaar van de vloot, onder commando van schipper Maarten Storm, die den naam heeft ‘een beste schipper’ te zijn. De schrijfster volgt ‘simultaan’ de leden der bemanning volgens de mo[...]terro[...] allen individuen, die door het schip tot een toevallige, maar noodlottige gemeenschap worden vereenigd. Want de ‘Maria Magdalena’ vergaat in den storm op de Jutlandsche banken.

 

De soberheid, waarmee mevr. Van Dessel-Poot van deze Vlaardingsche menschen op zee en in het ‘achterland’ vertelt, doet sympathiek aan. Bovendien getuigt haar beschrijving van goede voorstudie van het onderwerp.

M.t.B.