A. Defresne (Amsterdamsche Tooneelvereniging)
aan
Menno ter Braak

Amsterdam, 15 mei 1935

Amsterdam 15 Mei 1935.

 

Den Weledelgeboren Heer

Menno ter Braak

Dagblad Het Vaderland

's GRAVENHAGE

 

Hooggeachte Heer,

Ik zou U natuurlijk kunnen schrijven, dat ik Uw stuk zeer goed vond, maar dat wij het helaas niet kunnen spelen omdat wij het niet bezetten kunnen. Ik zou dit echter eene beleediging voor Uw erkend talent achten, daarom ga ik U schrijven, wat, volgens mij, de waarheid is.

 

De Karakterteekening:

Hier is een merkwaardig feit op te merken. Alle karakters, die geteekend zijn onder een spottenden haat van Uw sarcasme zijn scherp en onmiskenbaar. De andere figuren zijn zwak, vaag en af en toe onherkenbaar. Deze karakters zouden even klaar als de anderen geworden zijn, indien Uwe waardeerende liefde voor deze even sterk ware geweest als Uw afkeurende haat tegen de andere.

Uwe positieve gevoelens zijn echter te zwak, hier en daar zelfs voorgewend. (Scene Prof. Ritzel en Pankow in 2e bedrijf; scene Muller, Peters, Brown, Pankow in laatste bedrijf.)

Uit deze onevenredigheid van positieve en negatieve gevoelens ten opzichte Uwer figuren is voor het grootste deel de zwakte van Uw stuk te verklaren. De positieve figuren ‘laten U ijskoud’, het is U te doen om de bespotting der negatieve; de positieve zijn enkel en alleen geschapen terwille van de negatieve.

Daardoor is het stuk in zijne innerlijkste constructie scheef getrokken en laat na lezing een wrange smaak achter, een zuur gevoel en zal bij opvoering niet voldoen als zijnde de uiting eener te persoonlijk innerlijke gesteldheid. Striemende haat op alles en ieder, op het heele menschdom mijnentwege, goed, maar geen haat op bepaalde figuren met als onevenwaardig tegenwicht een tot krantenfeuilleton verzwakt Christendom.

 

Dialoog.

Bovenbehandeld principieel gebrek wreekt zich in alle eigenschappen van het stuk. Alle dialogen der negatieve personen zijn raak, alle dialogen der positieve niet overtuigend.

 

Handeling.

Het sterkste gevoel produceert de sterkste handeling. Is een drama, als het Uwe, geconstrueerd op twee tegenstrijdoge gevoelsinstellingen, dan dienen deze beide polen van het dramatisch conflict even sterk te zijn, anders worden de scenes voortgebracht uit het zwakkere gevoel te slap. De handeling van Uw stuk lijdt aan dit gebrek.

 

Aldus is Uw drama geworden een te persoonlijk gevoel dat, steeds mijns inziens, waarde heeft als hekeling eener zeer speciale categorie menschen, zonder dat deze prototype worden en die daarbij nog te gespécialiseerd zijn om algemeene belangstelling te ondervinden.

U hebt dit zelf gevoeld, anders had U de figuur van Dr. Carter niet ingevoerd. Deze invoering is toch op te vatten als eene poging om op het slot het spéciale persoonlijke geval te verbreeden als karakteristiek voor het geheele menschen-bestaan. Deze poging kon niet anders dan mislukken, want zij had het geheele stuk moeten voortbrengen en niet het staartje.

Ik heb U dit allemaal onomwonden geschreven omdat ik mij zulks aan U verplicht achtte.

Nog iets, ik ontkom niet aan het gevoel, dat U bij het scheppen, dus niet bij het schrijven te gehaast geweest bent. Dit is alleen mogelijk, als het te behandelen conflict een schrijver innerlijk te weinig interesseert, dus, in mijn teminologie, als er te zwakke gevoelens in dit conflict werkzaam zijn. Zijn die gevoelens immers sterk, dan laten zij hem niet zoo snel de rust tot het zuivere handwerk of zoo toch, dan breken zij in de productie van moeilijkheden dat handwerk ontelbare malen af.

U zoudt mij zeer verplichten, indien U mij Uw meening over mijn critiek zoudt willen schrijven, want ik weet zeker dat U een goed stuk schrijven kunt.

Nog iets: Uw vorm is ook heel, heel erg traditioneel.

Met groeten

N.V. AMST. TOONEELVEREENIGING

Directie: A. van Dalsum en A, Defresne

A. Defresne

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie