Menno ter Braak
aan
Anton van Duinkerken

Den Haag, [mei 1937]

Maandag

 

Beste Anton,

Tot mijn leedwezen is het verschijnen van mijn Christen-boek zoo vertraagd door een papierquaestie, dat het pas over een week zal uitkomen. Nu was het plan van Leopold om het nummer van Juni der Vr. Bladen te bestemmen voor de ‘dubbel critiek’ van ons beiden. Vermoedelijk wordt het daarvoor nu te laat, maar in ieder geval zenden Nijgh & van Ditmar jou Woensdag de afgedrukte vellen.

(Het boek zelf bereikt je later natuurlijk als recentie exemplaar).

Wil je mij nu nog even omgaand berichten, of je ev. toch nog lust hebt het artikel in quaestie nog voor het Juni-no. te schrijven? Het moet dan ongeveer 1 Juni bij Leopold zijn. Het wordt dan natuurlijk een vrij gehaaste zaak; voor mij is dat minder, omdat ik je boek al gelezen heb. Dus: wat doe je? Gaat het niet, dan zal ik probeeren jet Juli-no. te reserveeren.

Nog mijn hart. dank, ook namens mijn vrouw, voor je charmante ontvangst; wil dien dank ook op je echtgenoote afwentelen.

hgr. tt.

Menno ter Braak

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie