Jo Otten
aan
Menno ter Braak

Rotterdam, 20 september 1931

20 September 1931

 

Beste Menno.

Volgens afspraak zend ik je ingesloten een concept-overeenkomst van Scholte. Ik heb hem geschreven, dat ik daarmee in het algemeen wel accoord kan gaan, evenwel niet met den volgenden passus: ‘De algemeene leiding en de filmcritiek berusten bij de drie oprichters ter Braak, Jordaan en Scholte. Het redactie-secretariaat, kwesties van organisatorischen aard, de opmaak en het algemeene toezicht ter drukkerij berusten bij Otten.’ Ik zie nl. niet in waarom ik zou worden uitgesloten van de algemeene leiding en de filmcritiek en voor de eigelijke redactie hier in Rotterdam alleen de technische en organisatorische besognes zou moeten afdoen. Daar de drie oprichters-redacteuren het eigendomsrecht met Nijgh & van Ditmar deelen, is er mijns inziens al een voldoende onderscheiding gemaakt. Ik heb Scholte daarom voorgesteld den passus in questie aldus te lezen: ‘De algemeene leiding en de filmcritiek berusten bij de vier redacteuren, terwijl bovendien het redactie-secretariaat, kwesties van organisatorischen aard, de opmaak en het algemeene toezicht ter drukkerij aan den redacteur Otten zijn opgedragen.’ Ik hoop dat je mijn zienswijze zult kunnen billijken.

Inmiddels,

t à t

 

Origineel: onbekend

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie