Menno ter Braak
aan
Aad Schelling

Den Haag, 4 januari 1939

Den Haag, 4 Jan. '38

Kraaienlaan 36

 

Beste Aad,

Geen gebrek aan belangstelling was het, die mij een antwoord op je brief deed uitstellen, maar [berekening] omtrent de beschikbare avonden. Nu moet ik eerlijk zeggen, dat ik tot 9 Jan. hopeloos onder afspraken en werk zit, zoodat ik jullie bezoek liever uitstellen wilde. Een Zaterdagavond (b.v. Zaterdag over een week, of twee weken) zul je toch ook zeker vrij kunnen maken? Wij zijn dan niet in bad.

Hartelijk gelukgewenscht met de successen van Kees, in wie ik altijd een groot vertrouwen heb gehad, ook al saboteerde hij als B de geschiedenislessen op een zoo hoffelijke manier. Ik ben benieuwd te hooren, wat hij nu [krijgen] zal. En ook, met welke [functies] je op den duur door Zijlstra zult worden belast. Dat van de verkoop van mijn boeken wist ik, met tragische zekerheid: uit de afrekeningen, die ik jaarlijks ontvang. Maar het is zoo besteld door het fatum, en absoluut niet onredelijk. Hoofdzaak is, dat er nog wel eens iets verkocht wordt, want anders kan ik geen uitgever meer vinden.

Werk is aardig! Ook [Salten]!

Hart. gr. en antwoord even

je

Menno ter Braak

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie