Simon Vestdijk
aan
Menno ter Braak

Den Haag, 23 februari 1933

Haag, 23-2-33

 

Beste ter Braak,

Volgende week Vrijdag is uitstekend; er is een geringe kans, dat mijn oudelui menschen hebben, maar dan kunnen we wel voor één keer boven zitten. Zijlstra heeft inderdaad het heele eerste hoofdstuk gelezen en zei, dat er veel geschrapt moest worden, (maar dat had ik hem zelf al verteld! Ik had het trouwens weer van jou!) Op 't oogenblik schiet ik weer goed op, de aanschaffing der machine en het wachten op Z's decisie brachten me een beetje uit mijn gewone doen. De Oubliette is nu bij van Wessem, voor Groot-Nederland is hij nu ook weer te lang. Overigens, als jullie dit jaar plaatsen wat je nu van me hebt, ben ik dubbel en dwars tevreden; daarbij komen dan nog Joyce en een brief. Mocht er dan toch nog iets afvallen, laat het me dan zoo gauw mogelijk weten; het is nu financieel nogal een moeilijke overgangstijd voor me, anders zou het me niet zooveel kunnen schelen. De Oubliette het volgend jaar zou ook moeilijkheden opleveren, omdat jullie dan die roman van mij krijgen. Ik heb al een titel! Het schrappen in dezen roman zal me nog zwaar genoeg vallen; natuurlijk ben ik aan alles even erg gehecht!

Nu tot de volgende week dus,

hart. gr. van

Vestdijk

Ik kreeg drukproeven van verzen uit Vrouwendienst, niet uit Palet! Zeker een vergissing. Stols geeft in April een heel Helicon-nummer met mijn verzen.

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie