E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Bellevue, [18 oktober 1932]

Bellevue, Maandagmiddag.

 

Beste Menno,

Alweer omdat ik niet zeker ben of Bouws nog in Holland zit, stuur ik jou dit velletje. Het moet het slot worden, vind ik, van het stuk over Waarheen gaan Wij? Het geeft éven mijn houding aan tegenover het ‘afgrijselijke probleem’ door Coster behandeld, en dat ik niet mee - be‘sneeren’ wil, alweer, voor de niet-begrijpers. Wil je het direct naar de drukkerij opzenden? Het is maar 1/2 bladzij. En het slot van de ‘konklusie’ wordt ook maar 1/2 bladzij, wschl.

Vervelend dat je opinie over Maarten Godius er nog niet is. Ik zal wachten op de post van vanavond.

 

L.M., Heb je genoeg vriendschap voor me om je zakken met net zooveel hollandsche (dwz tandstickor)-lucifers vol te stoppen voor me als je bergen kunt? Je zult dubbel welkom zijn; ik word zenuwziek van de fransche!

 

Dinsdagmorgen.

 

Gisteravond niets, ofschoon Bep alvast het verzoekje onderaan deze bladzij deponeerde. Ik heb de avond doorgebracht met het lezen in Montaigne en heb me weer heftig verveeld. Met Montaigne is het erg gek, je weet dat de man ergens erg goed moet zijn, en als je hem leest, denk je voortdurend: het zit bepaald ergens anders. Ik heb nu een 100 blzn. gelezen, en er geen 4 bij gevonden die, laat staan me troffen, maar me ook maar eenige genoegdoening gaven. Ken je iets akeligers dan al die voorbeelden van oude koningen, veldheeren en andere akeligheden? Men moest uit Montaigne een ‘definitieve’ keuze maken en nooit iets anders publiceeren dan dat!

Enfin, misschien vind ik morgen of overmorgen iets wat me verrukt. Je moet de hoop niet opgeven; en daarover wou ik het niet hebben. - Vanmorgen kwamen dan je brief en briefkaart. Ik ben in mijn schik dat Godius je zooveel beter leek, en wat het reserveeren voor Forum betreft, dat is al in orde; ik kreeg gisteren een kaart van Chassé dat hij er eigenlijk geen plaats meer voor had en heb de gelegenheid dankbaar aangegrepen. Wil je nu de passages nog aanstreepen die je minder geschikt lijken? Hier en daar, dunkt me, kan iets nog wel wat korter of geheel er uit.! [Vind je bv. dat denken over het weggaan - ‘en waarheen?’ - niet een beetje flauwe-kullig? Of is dat in het verband toch wel noodig?]

Nu je voorstel betreffende Schetsboek. Nu, vooruit dan maar, als het moèt!... Maar aan den anderen kant begrijp ik niet meer waarvoor dat extra-vel van Zijlstra dan dient: het laatste stuk zou er immers in ieder geval zóó in gekomen zijn en het ‘overtollige’ (Schetsboek) beslaat 15 blzn., dus met de eene bladzij meer die ik erbij maak, precies dat extra-vel. Het is waar dat te veel essays elkaars ‘effect’ opheffen, maar dààrvoor is 15 blzn. meer of minder Coster eigenlijk geen argument. Als je dààrop let, zou het ook anders voor jou beter zijn als je je groote essay in December zette. Het essay over Virginia komt toch in Januari? Of wou je dàt anders in December zetten? Als je essay er in November in moèt, ben ik ook voor laten wegvallen van Schetsboek, ofschoon het me - voor het principe nog altijd en tegenover Zijlstra - een beetje aan het hart zou gaan. Maar doe het dan maar, en zend mij dan zoo gauw mogelijk de proeven (ook revisie) van de rest. (Iets anders is: dit Schetsboek geeft een periode van ‘rust’, die misschien ‘politiek’ gezien niet slecht is, tegenover de ‘charge’ aan het slot.) Het beste lijkt mij: wèl de heele Coster erin - waarschuw me in het andere geval, want dan moet ik er een noot bij zetten, omdat ik in de ‘konklusie’ naar het stuk over Schetsboek verwijs - en dan jij in December. Kan je voor November dan niet een ander stuk schrijven, korter, over iets dat je op het hart ligt? dit omdat ik het noodig vind dat men jou toch ook weer eens hoort, ergens anders dan in het panopticum. Een stuk van een blz. of 7, 8 zou heel goed voldoen. Je krijgt dan, voor je 80 blzn.:

Uren met Coster (maximum!) 37 blzn.
Verhaal van Bep 5 blzn.?
Essay van jou 8 blzn.?
Panopticum 4 blzn.?
  -----
(Dit is alles wat ik weet! -  
O neen, Minne natuurlijk! 18 of 20 blzn.?
  -----
  74 blzn.

Dus rest 6 blzn., of 8, voor poëzie bv. Het is dan niet zoo'n èrg gevarieerd nummer - ofschoon je met een behoorlijke verspreiding van de poëzie een heel eind in de goede richting komt - maar tant pis! Zijlstra heeft het dan zoo gewild, en moet dan maar een briljante revanche nemen in het December nr. - In dat Dec.-nr. wou ik alleen de drie sonnetten hebben, die er van mij nog in de portefeuille liggen; maar in Januari heb ik een artikel van een blz. of zes, zeven over Anthonie Donker als kritikus, waarvan ik het begin reeds schreef (zéér bezadigd...)

Ik schreef Bouws iets over een kaart die we in het Dec.-nr. konden leggen en waarin de uitgever zijn abonné's vraagt wat ze het boeiendst, wat ze het best en wat ze het slechtst vonden in de afgeloopen jaargang. Er moet dan ook een nieuwe inhoudsopgaaf bij (in Dec., niet in Januari!) - Maar Bouws is op het huwelijkspad. Ik zal ook een telegram zenden, ofschoon ik niet goed weet waarmee het te betalen.

Dat groote stuk over proza en poëzie, dat ik in Spa begon, zal ik maar niet schrijven voor Januari. Later maak ik er nog wel eens iets anders van; misschien in dialoogvorm. Ik heb eigenlijk ook veel te veel voor Forum. Dat revolutiestuk bv. in 2 dln.; dan Godius, in minstens 2 dln.; ik vrees dat het er niet allemaal meer ingaat. Godius en Dumay samen is niet goed, vind ik; dus Godius moet in ieder geval wachten tot Dumay afgedraaid is... Tegen dien tijd hoop ik dan ook ander ‘creatief’ werk klaar te hebben; we zouden dan kunnen kiezen, en het mindere naar De Gids sturen bv. - Of wil je het stuk over Donker wèl in December, tegelijk met de drie sonnetten? dat zou dus ± 10 blzn. du Perron zijn, hoewel ik van Bouws nog hooren wou of dit wel bevorderlijk is voor de reclame. En o ja, zou je, in je essay, van Pom liever niet zeggen dat hij ‘verward’ is, of ‘versluierd’ of zoo, inplaats van zoo direct ‘dom’? want 1o raakt hem zoo'n term meer en 2o is het overtuigender voor den lezer. - Je merkt dat ik maar van alles opschrijf, wat me te binnen schiet.

Nu, we krijgen dus nog proeven van het verhaal van Bep en van Coster revisie + bijvoegseltje en laatste stuk. Ik zend alles altijd denzelfden dag terug. Maar laat de drukkerij er toch ook niet te lang mee wachten.

Neem Dumay mee, als je hier komt. Een pakje boeken ligt hier voor je klaar. En als je hier bent, dan doen we alle Forum-zaken in één groote séance af en wijden ons verder aan de vriendschap en aan Bellevue-Parijs. We hebben alvast een diner met de Malraux' (in het een of andere exotische restaurant) uitgesteld tot jij er zou zijn. En we hebben allerlei hoekjes ontdekt, waar wij je heen willen slepen (of is het hier met 2 e's?)

Schrijf me nu nog één brief over alles - ik bedoel: wat hierin en op mijn 2 briefkaarten staat. Hart. groeten ook van Bep, en de hand van je

E.

 

Komt Heineke Vos in het Dec.-nr. klaar, of wordt dat uitgesteld tot Januari? Wanneer begint Dumay dan? Ik snak naar het begin van Dumay!

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie